De Boetenbaintjes
wandelen in het noorden van Nederland
sinds 1994

Geveld

De helft van de veurlopers. Een kastanjeboom. En heel veel essen.
De veurlopers hebben een sportblessure, zweepslag en zwakke enkel,  zijn dus tijdelijk geveld en hoeven nog niet geruimd, naar wij hopen. Als het langduriger is, moet de oproep “tochtenleider gevraagd” , die we op de jaarvergadering geschrapt hadden, toch weer op de website. De kastanjeboom kan in de kachel. Hij stond in zijn eentje voor een boerderij, was nog niet zo heel erg oud en werd afgevoerd op zo’n grote laadbak voor een trekker. De essen werden massaal geruimd. De houtwallen werden wel heel erg kaal, er stond hier en daar nog een berk of een eik. Jan D. vond het jammer: essen horen in zo’n coulisselandschap. Peter meldde dat er veel ziekte onder essen is. In ieder geval hoeven ze in de omgeving van Rottevalle en Eastermar de komende jaren geen kou te lijden.


Wij hadden het ook niet koud. Het leek alweer een voorjaarsdag. Een blauwe lucht en geen zuchtje wind. Heel bijzonder voor Friesland. We wandelden in de achtertuin van rooie Thea. Ik herinner me nog een nachtwandeling en een vroege wandeling in dit gebied. Kwamen we ook door Eastermar, maar toen was alles natuurlijk gesloten. Ook zaten we daar op een bloedhete zomerdag op het terras onder bedreiging van een onweersbui. Henk van Josefien raadpleegde om de haverklap de buienradar en Frieda had een hotline met het thuisfront. In mijn herinnering hadden we alleen op de terugweg in de auto een beste bui.

Nu was het café met terras gesloten, maar Jan D. wist een alternatief. Een klein cafeetje leek het, maar het bleek een bed en breakfast met zonnestudio en eigen gemaakte sapjes en jammetjes te zijn. De enige bezoekster was not amused toen we daar met 18 man binnenvielen en haar rust verstoorden. Bij haar aan tafel schuiven was niet aan de orde, dan de stoelen maar meegenomen. En zo zat ze daar te sippen met haar bordje soep. Maar wel logisch eigenlijk met zo’n invasie. De uitbaatster was snel gewend aan de horde en voorzag ons van koffie, bosbessensap, thee en bofferd. Dat laatste is een Friese variant van onze poffert denk ik: een tulband met verse in wijn geweekte vruchten en stukjes chocola. Niet verkeerd. Na de koffie namen we afscheid van veurloper Wim (zere enkel) en zijn supporters Janny en Hella.

Wij kwamen door het gehucht Heechsand  (met een dakje op de a, net zoals in Fryslan, maar ik kan hem niet vinden bij de symbolen). Een mooi oud kerkhof met alleen nog de toren van een middeleeuwse kerk, en een raar moderner bijgebouwtje. Het hek voor het kerkhof was versierd met doodshoofden en de tekst "Gedenk te sterven", die veel vragen opriep en de kwalificatie ‘geen goed Nederlands’, misschien ‘middeleeuws’? Wikipedia helpt ons uit de droom: Memento mori is een Latijnse zin die traditioneel wordt vertaald als Gedenk te sterven of Denk eraan te [moeten] sterven. Vrijere vertalingen zijn: Bedenk dat u sterfelijk bent of Denk aan je eigen sterfdag. Even later gebruikte iemand het woord ’kloeg’ als de verleden tijd van klagen. Ook middeleeuws, en nu wel fout Nederlands?  Wikipedia geeft nog steeds twee verleden tijden: kloeg en klaagde. Evenals woei en waaide.

We zaten heerlijk te lunchen in de zon op een prachtige uitkijkheuvel met bank aan de rand van het Burgumermeer en konden ons niet voorstellen dat het nog winter zou worden. Maar het kan verkeren. 1 dag later vriest het dat het kraakt, worden de schaatsen geslepen en is de Elfstedentocht binnen handbereik.

Wij zaten zondag lekker binnen met de legpuzzel van Van Gogh en de radio aan. Marianne Vos alweer wereldkampioen, een zinderende tennisfinale van vijf uur, en ’s avonds ook nog een wereldkampioen sprinten op de schaats. Heerlijk om al die inspanningen te zien vanuit de luie stoel. Ook was het wereldnieuws dat de winterregeling voor daklozen van kracht was geworden: ze mogen ’s avonds en ’s nachts niet meer buiten blijven. Dat geldt ook voor de Occupy-bewoners: overdag in de tentjes, maar ’s nachts uit de tentjes. Gelukkig is het winterweekend geweest en zijn de diehards niet bevroren.

Mariette