De Boetenbaintjes
wandelen in het noorden van Nederland
sinds 1994

Hemelvaartweekend 2012, dag 2

Hinter die Männer an!
Zo antwoordde Laura S. in haar beste Duits, toen de campingbaas vroeg waar we heen gingen. En natuurlijk werd het een soort slogan die laatste 2 dagen. Na iedere pauze klonk in koor: "Hinter die Männer an!" Het was ook niet verkeerd om achter Jan aan te lopen, want de routes waren zoals gebruikelijk weer heel mooi. Achter Peter aanlopen gebeurde minder tot niet, want dan verstoorde je zijn plaspauzes.

De eerste nacht was heel stil met alleen het geluid van uilen, later gevolgd door alle vogels van het bos. Zo’n bosconcert stelt toch heel wat meer voor dan het tuinconcert thuis. Ik herken de geluiden van de vogels niet, maar het zijn er veel en ze zingen heel verschillend. Het vertrek was chaotisch. Telkens werden de taakjes van de een naar de ander doorgegeven: "Als jij toch nog naar de wc moet, kan je ook wel mijn waterfles meenemen. Ik ga niet voor 1 fles dat hele eind lopen", of "Als je toch gaat afrekenen kan je ook de vuilnis meenemen". Een kwartier later dan de bedoeling waren we toch op pad.

De zon scheen, er waaide een lekkere wind, en hier en daar verschenen witte benen uit korte broeken. Het was de dag met de mooiste en meeste glooiende koolzaadvelden, die je al van verre kon ruiken, met prachtig onderhouden hoeves, kerktorens en vergezichten. Omdat we de pas er kennelijk goed in hadden, en Jan bang was dat we te vroeg op de camping aan zouden komen, en natuurlijk ook omdat de zon zo lekker warm was, was het ook de dag met de meeste ligmomenten. We slaagden er zelfs in om een heel pad langs de bosrand te beliggen, 9 mensen kop aan staart, alleen Erna was zo verstandig lekker onder een boom in de schaduw te gaan zitten.

De gespreksstof was zeer aards: ’s ochtends ging het over Kaffee mit Kuchen en in de middag over Spargel. Niet alleen of er die dag Kuchen zouden zijn en welke, maar ook welke er in de afgelopen 10 jaar waren geweest en waar, en hoe bijzonder het soms was. Zo aten we de hele dag eigenlijk taart en was het niet zo erg dat er die dag geen Kuchen waren. Gelukkig wel koffie, dankzij een aardige eigenaresse, die ons op het terras wel koffie en thee wilde serveren, hoewel het hotel nog gesloten was. Ze maakte eerst de toch al schone tafeltjes nog sauberder en bracht kannetjes koffie en thee, terwijl wij lui in de zon zaten. We hadden er al eens Spargel gegeten, toen we een eindje verderop bij de jeugdherberg kampeerden waar het onderstaande gebeurde.

Deze (camping) was weer heel mooi en rustig gelegen bij een natuurvriendenhuis met volledig ingerichte keuken, goeie douches en koud bier. De aankomst op het trekkersveldje was wat onplezierig. Een oudere dame kwam op ons af en zei dat het een privé-camping was en wat we hier deden? "Wir haben reserviert en klagen doe je maar bij de chef", zei Wim. Ze pruttelde dat we ook vooral voorzichtig moesten zijn met haar pas geplante bloemen, en niet onze rugzakken erop moesten gooien (was trouwens ook geen sprake van) en wij liepen weg om op het terras bier te drinken. Na vijf minuten kwam ze excuses aanbieden; ze had het nagevraagd en het klopte, maar de chef had niemand geïnformeerd. Dapper dametje!


Om half 5 bereikten we de camping, wel een mooi veldje, maar met veel autolawaai en geen kantine of Imbiss waar we bier konden kopen. Dan maar op tijd naar het restaurant, dat volgens Jan op een kilometer loopafstand lag. Helaas stonden we halverwege voor privéterrein, raakte de GPS in de war (of Jan) en waren we er na 3 kilometer nog niet. Vrouwen vragen dan de weg, maar mannen doen dat niet en ja, we hadden nog steeds de slogan “hinter die Männer an” en volgden braaf, doch sputterend. De ontvangst maakte alles goed: een mooi en lief Thais of Filippijns meisje bracht ons naar een prachtig gedekte tafel met in het midden een prachtig gedrapeerde zachtgroene voile met daarop een zilveren kandelaar met 5 kaarsen en 3 vaasjes met roosjes. We namen grote glazen bier en 4 dames gingen later over op literflessen Weise Burgunder. Rooie Thea raakte al snel boven haar theawater en begon steeds luider te praten, vooral toen het ging over haar weddenschap met Peter of het meer tussen Joure en Lemmer het Tjeukemeer (Thea) of de Oosterzee (Peter) was. Thea won. Tijdens het eten bleek trouwens ook dat Erna de enige echte Friezin was, uit Sneek. Haar moeder zei (als grap) dat bovenaan de Hollanders stonden, dan de Friezen, dan een hele poos niks en dan de Snekers.

Het bestellen van het eten gaf aanvankelijk veel verwarring, de Spargelkaart was duidelijk, maar er was ook Tagesmenu met lekkere soep en chocolademousse als toetje. Onduidelijk was of het een menu voor een vaste prijs was of losse onderdelen, maar tenslotte lukte het iedereen wat te bestellen. We kregen zelfgebakken brood met een heerlijke dip, een amuse, gevolgd door soep. Daarna kregen we de mededeling dat de keuken last had van een stroomstoring en werd ons geduld op de proef gesteld. Maar het meisje was zo lief en er was wijn genoeg en Thea ging nog harder praten en de tijd vloog om. De borden asperges waren zo vol, de schnitzels zo groot en de aardappelen zo voldoende, dat er geen plaats was voor een toetje. “Sind Sie satt geworden?”. Nou dat kon je wel zeggen, hoewel ik dat thuis nooit mocht zeggen.

Op de terugweg (die veel korter was) had Thea last van de zwaaiende kont van Marja: te veel wijn zullen we maar zeggen. Want Marja kon het niet helpen dat ze een beetje liep te strompelen vanwege haar teentjes met doorgeprikte blaren en dat het om de heupen geknoopte jack dat nog eens extra accentueerde. Met volle buiken en gepoetste tanden lagen we om half 11 in bed en sliepen we lekker ondanks de autogeluiden.

Mariette