De Boetenbaintjes
wandelen in het noorden van Nederland
sinds 1994

Herfst in Gees

Zes Boetenbaintjes en drie auto’s; dat zijn 3 chauffeurs met ieder een eigen bijrijder en dan toch nog verkeerd rijden. D.w.z. Jan reed natuurlijk goed, Mariette en Margreet dachten dat ze fout waren, stopten en overlegden met Gerard en Henny. "Ik let helemaal niet op, wij volgen jou gewoon", aldus Henny. Enfin, we kwamen weer op dezelfde weg terecht en ook in dezelfde richting en bleken toch op de goede weg te zijn. Gerard en Henny, die nu voorop reden, reden de afslag Westerbork keihard voorbij en kwamen 20 minuten later ook aan. Het valt niet mee, autorijden!

We begonnen de wandeling met een flink stuk langs het kanaal en op de autoweg; even afzien maar dan krijg je ook wat. Het Mantingerveld met zijn jeneverbessen is eigenlijk het mooiste Drentse heideveld. Het veld eindigt in het project Goudplevier, destijds opgezet door Natuurmonumenten om een aansluitend stuk natuur te krijgen door lapjes grond op te kopen. Ook rond Gees is een groot deel van het boerenland omgezet in natuur,  en wel in natdrasland. Beetje spookachtig en naarGeestig hier en daar met dode bomen bewoond door aalscholvers.

Lastig lopen ook, drassig en glibberig. Martha riep naar Jan: "Je lijkt Jo wel". Toen Martha onderuit ging, riep Jan naar Martha: "Je neemt de rol van Jo over". En zo is Jo er altijd bij, ook als hij er niet bij is. Martha vertelde trouwens dat ze een klacht ingediend had bij het Museumcafé, omdat de kwaliteit van koffie, appeltaart en slagroom vreselijk achteruit gegaan was. Op vertoon van het antwoordmailtje kon ze gratis koffie met appeltaart krijgen. Niet goed begrepen dus, moet Martha weer in de pen.

Wij moesten trouwens erg lang wachten op de koffie met appeltaart in Gees. We ploeterden dus door de blubber, staken een grote waterplas over met behulp van een spekgladde door struiken overwoekerde plank en hadden het gevoel dat we Gees met vele omwegen benaderden. Maar om kwart over 2 was er dan eindelijk het café (helaas niet ijssalon en koffiehuis Talenti, omdat Jan vreesde dat die niet meer open zou zijn). Het werd zalencentrum De Zwerfkei en daar was het gezellig druk met een club oudere dames en heren die een sjoelwedstrijd deden. Er waren wel zes tafels met sjoelbakken, die voor veel herrie zorgden. Ik vond het knap dat ze zittend konden sjoelen. Wij waren ook blij dat we eindelijk konden zitten en genoten van koffie en thee met een plakje Snelle Jelle, die je op verzoek ook bij het 2de kopje kreeg.

Buiten ging het regenen. Aan het begin van de wandeling had Jan gezegd, dat hij een afstekertje wist ingeval het hard ging regenen. Maar toen we vroegen of dat afstekertje er nog inzat, moest Jan ons teleurstellen: dat punt waren we al gepasseerd. Dus trokken we regenbroeken en –jassen aan en gingen verder. Na een kwartier scheen de zon en bleef het tot het eindpunt droog.

Ook  het tweede deel was mooi met een prachtig ven vol met wilde eenden, open velden en stukken bos met heuvels. En heel veel paddenstoelen; een dorp van vliegenzwammen, die nog echt rood met witte stippen waren, en flatgebouwen met kleine, bruine paddenstoeltjes op de stammetjes van afgezaagde bomen, of ook zomaar op het groene mos.

De herfst is mijn jaargetijde, het ruikt lekker, het licht is zacht en laag, er wordt geoogst en de kleuren zijn prachtig. Vooral de geur doet me altijd denken aan mijn jeugd. In oktober kwam de bibliotheek in het dorpshuis en ging ik iedere vrijdagavond op de fiets met mijn prachtige donkerrode boekomslag en een stuiver boeken halen. Ik las zoveel dat ik in 1 winter door de boeken van mijn eigen leeftijd heen was en door moest met  boeken van een hogere leeftijd. De bibliotheekjuf, tevens juf op de lagere school, waakte ervoor dat ik geen boeken meenam 'waar ik nog niet aan toe was'.

Om half zes zaten we aan het bier en de wijn in Onder de hoge linden aan de Mejuffrouw A. Talmaweg  in Witteveen en hadden we een prachtige wandeling van 28 kilometer in de benen zitten.

Mariette