De Boetenbaintjes
wandelen in het noorden van Nederland
sinds 1994

Rupsjes Nooitgenoeg

meidoornAcht BB-tjes, 2 mannen en 6 vrouwen, hadden zaterdag 12 mei een fantastische wandeldag. Het voorjaar was voluit losgebarsten. Voor het eerst konden de brokjes en korte broeken aan. De bermen en slootkanten stonden vol fluitekruid, pinsterbloem en scherpe boterbloem. De meidoorns stonden wit te stralen en zwaar te geuren. De kaarsen van de kastanje waren groot, wit en soms rood. Het knalgeel van de brem was niet te missen. In de tuinen zag je de rododendrons in alle kleuren tussen wit en paars. Konijntjes huppelden in het gras en de koekoek liet zich duidelijk horen. En er waren heel veel rupsjes, het leek wel of ze massaal uit de bomen vielen. Het waren gelukkig geen eikenprocessierupsen, maar van die kleine spannertjes. Binnen de kortste keren zaten we eronder. Onder de douche spoelde ik laatste twee door het putje. En muggen waren er ook, die zoemden en prikten. Het was ook wel een beetje benauwd.

Jan D. had een mooie en avontuurlijke route uitgestippeld. We begonnen in Hoogersmilde over paden die volgens Jan door niemand belopen waren. In ieder geval ook niet door hem. Dat leidde tot aangename en soms minder aangename verrassingen. Aangenaam was dat sommige paden mooi kort gemaaid waren en onaangenaam dat op andere paden de brandnetels tot je knieën kwamen. Snel doorlopen is dan mijn motto, net zoals bij pollenhoppen, dan is het aanrakingsmoment minimaal en dat is prettig als je blote benen hebt. Gelukkig liepen we kort na de brandnetels door hoog, nat gras. Dat haalde de brand er wat uit. Maar ja, toen vielen de rupsjes ons aan. Het belooft een vlinderrijk jaar te worden.

Bij Geeuwenbrug staken we de Drentse hoofdvaart over en liepen richting Diever. We dronken koffie op het landgoed Wildryck, waar de koffie en de huysgemaakte appeltaart prima smaakten. Een mooie plek, die er wel in mag blijven. Door de bossen van Diever en door het Drents-Friese wold liepen we verder. Hier was het benauwd en prikkerig. Ook was het pad weg, nou ja weg, er was wel een pad, maar we konden er niet op. Het terrein was helemaal omheind met draad en we gedroegen ons netjes en kropen niet onder het draad door. Met een boog kwamen we op het rechte pad en op een uitgestrekt open heideveld, waar een lekker briesje waaide en geen muggen waren. Als toetje hadden we eerst een heel lang kaarsrecht pad met mul zand en daarna een smal pad, dat zich door het bos slingerde en behoorlijk op en neer ging. We werden moe en zweterig en dorstig.

Op het terras van het café in Hoogersmilde smaakte het bier en het ijsje heerlijk. We hadden 25,5 kilometer in de benen. We herinnerden ons dat we in dit café jaren geleden afscheid namen van witte Tea als veurloper. Omdat er geen foto's gemaakt zijn en iedereen natuurlijk toch wil weten wie er mee waren, zal ik de namen onthullen: Gerda, Hennie, Annemiek, Martha, Annet (nieuw), Mariette, Peter en onze onvolprezen veurloper Jan D.

Mariette