De Boetenbaintjes
wandelen in het noorden van Nederland
sinds 1994

Watjeskamoeren

Dat is het nieuwe winterkamperen. Sommigen noemen het winterkamperen 2.0, anderen spreken over winterkampvuurkletsen. Kamoeren is een samentrekking van kamperen en ouwehoeren. Wat een watje is, weet iedereen wel. Of wij dat waren? Oordeel zelf maar.


In ieder geval waren we met 9 BB-tjes, met Erna, maar helaas zonder Laura S., die zich vermaakt in Nieuw-Zeeland. En we beten het spits af van het lustrumjaar. Het was het 20ste weekend en ik ben zeker 15 keer mee geweest. We hebben meestal niet te klagen over het weer, maar deze keer waren de weergoden ons wel buitengewoon goed gezind. Een stralende zon, geen wind, hier en daar nog een beetje wit, mooi berijpte grassen, zo rond het vriespunt en die min 7? Dat zien we dan wel weer.

Het verzamelpunt was café de Lindenboom in Oosterhesselen. Janet en Arjen uit Wolfheze, Erna uit Amersfoort en de noordelijke ploeg met de T(h)ea’s, Annemiek, Jan D. en Peter en ik. Om 11 uur zaten we aan de koffie met appeltaart en om kwart voor twaalf gingen we op pad. Via Zweelo en Aalden bereikten we het natuurgebied de Hoge Stoep. Erna dacht dat we op het Lemelerveld waren, omdat er aan een hek een bordje met Lemerveld hing. Het bleek dat de hekkenbouwer daar woonde. Zo kwamen later ook nog lang een hek met Katwijk. De zon scheen, er stond een bankje en Janet toverde een bakblik met zelfgebakken kaneelbroodjes uit haar rugzak. Omdat het een lustrum was!

En toen kwam het mooie Mantingerveld gevolgd door het prachtige Mantingerzand. Tussen de jeneverbessen lag nog sneeuw, en de oude bomen stonden nog steeds stevig met hun tenen in de grond. Ik moet daar altijd aan de Ban van de ring, de hobbits en de enten denken. Om kwart voor vier waren we op camping de Voscheheugte. De maan kwam al op en de zon ging bloedrood onder. Binnen de kortste keren stonden de tentjes, het vuur aanmaken ging echter niet van een leien dakje. De aanmaaktakjes waren nat, de vlam wilde er niet in komen, zelfs wapperen hielp niet. Maar met behulp van het Volkskrantmagazine, een scheut benzine en doorwapperen sloeg de vlam eindelijk in de vuurschaal. Een slokje wijn, tucjes en pinda’s en het was als vanouds. Wel koude voeten. Maar waar was de nasi? We konden het nergens vinden. Gelukkig was er een restaurant op de camping en er bleek een tafel voor 9 personen gedekt te zijn. Wat een verrassing en wat een luxe. Het 3-gangenmenu zag er mooi uit en was nog lekker ook, Tea werd verwend met een mooi veganistisch maal en natuurlijk was er wijn. We hadden al ontdekt dat er een gezellige kantine was met vloerverwarming, een sjoelbak, tafels en stoelen en een waterkoker. En omdat we met dat diner toch al de ‘fout’ in gegaan waren, besloten we het bittertje daar te nuttigen en er zelfs te gaan ontbijten. Gebruik maken van de ontbijtservice (een goed gevulde mand met broodjes, eitjes en jam) ging net een stap te ver. Na het bittertje werden de kruiken gevuld met heet water en was er geen ontkomen meer aan: we moesten de tent in. Het was volle maan en min 5.

De volgende ochtend bleek niemand het koud gehad te hebben en zaten we met onze sokken op de warme vloer te ontbijten. Nu moet je weten dat de toiletruimte ook vloerverwarming had en warm water en douches. De douches lieten we voor wat ze waren, maar Erna sleepte haar hele hebben en houden naar binnen, spreidde het uit op de vloer en stopte het keurig opgevouwen en warm in haar rugzak.

De zon scheen ook op zondag uitbundig en er lag een mooie dag voor ons. Volgens Janet nemen je polsen de meeste vitamine D op, maar blote polsen was toch een tikkie te koud. We liepen door de bossen van Gees, door weilanden met slootjes en moeilijke hekken als je bepakt en bezakt bent, en over een berijpt heideveld. In Aalden was er koffie met apfelstrudel of een wafel met warme kersen. Het leek Duitsland wel. Vlak voor Oosterhesselen was er een enthousiaste dame die wel een groepsfoto wilde maken. Ze wist bijna van geen ophouden en het was haar idee om ons van achteren te fotograferen. Na nog een prachtig stukje open veld met hier en daar een jeneverbes, waren we weer terug bij het begin. Het was nog vroeg, dus dronken we koffie en thee, alleen Jan en Peter namen een biertje. We bedankten Jan uitbundig en namen roerend afscheid van elkaar. Wat een weekend! Was het maar ieder jaar een lustrumjaar, dan wist ik het wel.

Oh, misschien nog een tip voor BB-tjes, die graag mee willen, maar bang zijn voor de kou. Arjen, die vaak uren in de kou stilzit om foto’s te maken, is expert in warmtegadgets. Zo heeft hij lange kousen die met batterijtjes verwarmd worden en die je ook in sokuitvoering hebt. Geen centje pijn ’s nachts.

Mariette