De Boetenbaintjes
wandelen in het noorden van Nederland
sinds 1994

April heeft zijn gril (of zoiets)


Als iets van toepassing was op deze zaterdag dan was het dat wel. 17 BBtjes stonden klaar voor vertrek bij het klooster in ter Apel. Twee die voor het eerst mee liepen, plus een nieuw lid dat voor de tweede keer mee liep, Hella en Betty die na een lange periode van afwezigheid weer eens meeliepen, een aantal trouwe lopers en een paar die we heel af en toe eens zien. Maar allemaal winters ingepakt: mutsen, dikke wanten en sjaals. Alleen Angela had niet helemaal meegekregen dat het vandaag zo ongeveer de koudste dag van de maand zou zijn en was veel te dun gekleed. Ze riep aan het begin van de wandeling in het rond of iemand een jas of trui overhad. En ja hoor, daar kwam voorloper Gerard met een dikke jas aan waar Angela de hele dag veel plezier aan heeft beleefd. Gerard zei later dat hij het betreurde dat hij niet wat zakelijker was geweest. “Ik had hem gewoon aan haar moeten verhuren!”

Zonder kaart of GPS (hoe doet hij dat toch?) leidde Gerard ons de eerste lus door een verrassend mooi stuk van Groningen. Via de Vossenberg en langs het Ruiten Aa kanaal, door allerlei mooie kronkelige bospaadjes en het ter Apelkanaal naar het Boschhuis.

We wandelden ons al snel warm, de koude oostenwind viel best mee en we kletsten elkaar de oren van het hoofd. Halverwege de eerste helft kwam Margreet naast me lopen: “Heb je al gehoord dat er geen koffie is?” “Pardon?” Café Het Boschhuis bleek geen plek te hebben voor een groep van 17 wandelaars en verder was er niets onderweg. Onrust alom, die arme Frieda verbleekte helemaal.

Ik had (dom, dom) rekening gehouden met appeltaart en had niet al te veel brood bij me. Jan opperde dat we bij de benzinepomp misschien wel een bakje konden drinken, maar dat idee werd resoluut afgewezen. Een uurtje later kwam het Boschhuis in zicht. Gerard liep naar binnen en daar stond een tafel voor 17 personen voor ons klaar. Surprise!! Wat er nou misging in de koffiecommunicatie is me nog steeds niet helemaal duidelijk maar we lieten ons heerlijk wegzakken in de stoelen van het warme café en lieten ons daar ook niet een, twee, drie weer uithijsen.

Na deze ruime pauze begaven we ons op weg voor de tweede lus. Nu naar het noordoosten, ook weer zo mooi. Langs piepkleine gehuchtjes als Roelage en Ter Haar, langs een stuk van het kanaal, maar vooral weer door mooie bossen. We werden helemaal enthousiast toen het zonnetje ging schijnen, vrijwel direct gevolgd door een fikse hagelbui. “Maar”, zei Jan, “Daar worden we niet nat van”. De regenkleding kon dan ook in de rugzakken blijven. Door al die snelle weerswisselingen waren de luchten prachtig. We genoten volop van de bottende bomen en struiken: krentenbomen in allerlei stadia, lichtgroene berkjes, bloeiende ribes, veel bloeiende voorjaarsbloemen. Met 25 km in de benen bereikten we voor de tweede keer het Boschhuis, waar voor de tweede keer een tafel voor ons gereserveerd stond.

We hieven het glas op Gerard die alle lof kreeg voor de goede organisatie en de mooie wandeling. Wat een heerlijke dag!

Marja