De Boetenbaintjes
wandelen in het noorden van Nederland
sinds 1994

Ruim vier graden te warm

ZuidwoldeDat was de kop boven het weerbericht in het Dagblad van het Noorden op zaterdag 14 oktober. Hoezo, te warm? Dat klinkt negatief, want alles waar ‘te’ voor staat is slecht, behalve tevreden. Warmer dan vorig jaar? OK, dat kan. De warmste sinds de weermetingen? Ook OK. Maar te warm? En dan ook nog ruim vier graden? Klonk of het gevaarlijk was, zoiets als code rood en je beter thuis kon blijven. De BB-tjes trokken zich er niets van aan. Integendeel. Met 18 mens sterk vertrokken we naar Zuidwolde in Zuid-Drenthe.

Magreet D. had een mooi rondje om het dorp in petto en ons verleid door in haar tekst te melden dat we door Klein Zwitserland zouden komen. We slingerden over smalle paadjes met Zuidwolde steeds aan onze rechterhand. Het waren levensgevaarlijke mountainbikepaadjes, maar gelukkig was er geen mountainbiker te bekennen. Behalve aan het eind van de wandeling. Een mountainbiker, die gloeiende haast had, reed met een noodgang door het weiland, omdat wij het pad in beslag hadden genomen.

Het weer werd steeds mooier en om half drie scheen de zon volop en werd het bijna te warm. Ik deed mijn brokje aan en Wim ritste zijn pijpen af. Het was een zeer afwisselende tocht, door bossen, langs sloten, over de es en over de heide. Klein Zwitserland bleek een heuvelachtig bos, waar de toppen niet boven de boomgrens uitkwamen. We spotten weer veel beesten. Het begon met een vijvertje vol ganzen, die doodstil op het wat grijze water dreven. Het leek wel of ze in het ijs vastgevroren zaten. Op de achtergrond liepen geitjes en alpaca's. En heel veel weilanden vol prachtige Lakenvelders. Hun lakens waren brandschoon. Natuurlijk ontbraken de Schotse Hooglanders niet. Ze gingen vol ontzag voor ons opzij en keken vanaf een afstandje vanonder hun slordige pony naar dat malle clubje dieren met rugzakken.

De koffiestop was in de restauratie van het busstation, waar de Zuudwoldiger soes in de smaak viel. Hij rook dan ook heerlijk naar drank: boerenjongens en advocaat. Er reden steeds trekkers langs met in hun aanhangers geel spul. Henny kende het niet en ik dacht dat het ‘gehakselde’ mais was. Jan D. bevestigde dit, maar noemde het ‘verhakselde’ mais. Waarschijnlijk heeft hij gelijk, maar ik vind dat ‘gehakseld’ beter uitbeeldt wat het is. In ieder geval was het een soort Olvarit voor koeien, want we hadden nog nooit een koe zien smullen van een gegrilde maiskolf met roomboter. Dat bracht Margreet D. op het een idee om een viersterrenrestaurant voor koeien te openen, waar ze wel die maiskolven geserveerd kregen.

We bedachten ook nog een nieuwe naam voor de nieuwe gemeente Groningen, Haren en Ten Boer: Ten Graren. We vragen er patent op aan. Zoals altijd waren we na 24 kilometer blij dat we op een terras konden neerstrijken en mochten genieten van een welverdiend biertje. Peter en ik sloten deze toch al prachtige dag af met een fantastische voorstelling van Ellen ten Damme. Wat een stem, wat een variatie, wat een expressie en sensualiteit en wat een geweldige band. Het was ons haast te veel. En we hebben nog minstens twee dagen te goed, waarop het te warm zal zijn. Heerlijk!

Mariette