De Boetenbaintjes
wandelen in het noorden van Nederland
sinds 1994

De ontdekking van de molshoop

RuitenA

15 BB-tjes en 7 auto’s verzamelden zich in de Kerkstraat in Wedde. Voor het eerst hadden de autoruiten gekrabd moeten worden. Het landschap was er prachtig van geworden: berijpte velden onder een stralende zon en windstil. Wel lagen er overal vreemde zwarte bulten, vond Henny. Laura R. legde uit dat het molshopen waren en gaf uitgebreid voorlichting over het ontstaan van de hopen en hoeveel zand een mol kan verplaatsen. Voor Henny ging een nieuwe wereld open.

Jan R. had een achtje rond Wedde uitgezet. Het was een achtje met een waterhoofd. Eerst liepen we een klein rondje van 6 kilometer rond de Wedderbergen, waar de zon het water deed schitteren. We hadden een vroege koffie in het plaatselijke café. De uitbaatster was blij met onze komst, ze was vrolijk, snel en praatgraag. Nadat ze iedereen van koffie en appeltaart had voorzien, kwam ze er gezellig bij staan en vertelde ons alles over de nieuw ontstane gemeente Westerwolde (ze wilde absoluut niet samen met de Pekela's, hoewel ze daar geboren was), dat mountainbikers voorbij zoefden, dat fietsers en wandelaars wel binnenkwamen en ze beloofde dat het volgende stuk van onze wandeling nog mooier was dan wat achter ons lag. Jan R. wilde voor het donker thuis zijn en een tweede kop koffie zat er niet in. We moesten immers het waterhoofdrondje van 17 kilometer nog afleggen.

BurchtWe vervolgden onze tocht met een rondje om de Burcht, liepen langs de Westerwoldse Aa en kwamen langs de Giezelbaarg, waar in 1596 heksen levend verbrand werden. Het waren er acht, waarvan 1 onschuldig werd bevonden en 1 vrijgekocht werd voor het enorme bedrag van 200 Emder guldens. Opmerkelijk was ook dat alle vrouwen 'huisvrouw' waren van iemand, geen echtgenote dus.

In Wessinghuizen wisten we weer niet in welke boerderij Henk Bleeker woont. We kwamen op het punt waar de Westerwoldse Aa, de Ruiten Aa en de Mussel Aa bij elkaar kwamen en/of in elkaar overliepen. Het was er mooi en nat en soppig, maar niet zo blubberig als op de vorige wandeling.

Over het water van de Mussel Aa vloog een ijsvogeltje, helaas alleen gespot door de twee dames die vooropliepen. Met de hele club bezetten we de brug om onze lunch te nuttigen. Gelukkig hoefden er geen auto's over, alleen een eenzame wandelaar wurmde zich tussen ons door. Op het fietspad naar Smeerling werden we opzij gemaand door een duidelijke en mooie fietsbel in de vorm van een hoorn. Dat is een stuk leuker dan het geschreeuw van een fietser die haast heeft.

Sinterklaas ontbrak ook niet. Niet dat we hem echt zagen, maar wel het begin van een Sinterklaasoptocht in Vlagtwedde. In de verte ontwaarden een zielig klein groepje met een brandweerauto, een persoon met grote tuba en een Sinterklaas te paard. Misschien dat de rest verderop in het dorp stond? Voor ons helaas te ver om ons op de zwarte Pieten te storten of de intocht te verhinderen.

De zon verdween, de wind werd frisser, en het begon te schemeren toen we Wedde weer naderden. Voor het echt donker werd zaten we in hetzelfde café als in de ochtend. De uitbaatster was nog even vrolijk en voorzag ons van bier en andere dranken. Ze bood aan om, als we nog eens kwamen, een pan snert te maken. Natuurlijk bedankten we Jan R. en verheugden ons op een avond op de bank hangen. Ik geloof dat ik Marja hoorde zeggen dat ze met een lijntje naar Hollands Hoop ging kijken. 's Ochtends had er een junkie in haar portiek gelegen, dus misschien dat ze van hem iets gescoord had? Het kan ook zijn dat ze 'een wijntje' zei. En naar Hollands Hoop durft ze niet te kijken. Te eng.

Mariette