De Boetenbaintjes
wandelen in het noorden van Nederland
sinds 1994

Blauwe Stad

Drie keer is scheepsrecht. De tochten van Gerard kennen een opgaande lijn: het weer wordt beter (de eerste keer was dramatisch met de hele dag regen), de afstand wordt langer, het asfalt wordt minder en het aantal deelnemers stijgt. Hoewel dat laatste nog problemen oplevert, want hij was er bijna 4 kwijt en dat is meer dan de toegestane 10%.

Eerst maar even de familieberichten: Jan was hard met de fiets onderuit gegaan en zodanig geblutst en geschaafd dat hij zijn vakantie annuleerde. Van de schrik was hij zijn rugzak vergeten: stond nog achter de voordeur.  Laura S. was de eerste dag van haar vakantie ook onderuit gegaan, maar ze kon nog wel doorfietsen. Peter heeft gordelroos en verhipt van de pijn en bleef dus thuis. Margreet S. had een familiefeestje en was er niet. Maar Cocky was er wel na ruim 12 jaar afwezigheid. En er waren nog 13 andere BB-tjes, waarvan 4 in een brokje.

We bekeken eerst een oud stoomgemaal, d.w.z. we konden door de raampjes zien dat het een soort museum was. Vervolgens rondden we de Beerster plas over een smal overwoekerd paadje langs de oever met zo nu en dan een open plek en zo nu en dan een buitenommetje over het asfalt. Op een gegeven moment waren Annemiek, Laura, Thea en ik de groep kwijt. We kwebbelden te veel en dan zakt je tempo. Afgeslagen? Geen idee. We waren weer op de beginplek, maar zagen niemand. Teruglopen en bellen dan maar. En gelukkig werden we herenigd.

We liepen vervolgens door natuurgebied Reiderwolde met uitkijktoren, amfitheater en natuurbegraafplaats. De zon ging steeds meer schijnen en het was heerlijk. We bekeken de huizen van Blauwe Stad, mooie, spannende en lelijke, veel houtbouw en groot met relatief weinig grond. In Oostwold waren de huizen klein en stonden er heel veel te koop. En toen was er eindelijk koffie in de jachthaven aan het Oldambtmeer. De bediening was vlot en aardig, de wafels met slagroom en warme kersen waren enorm (dat kwam Jan goed uit, bij gebrek aan brood, en hij kon het net van het benzinegeld betalen), en ook de ijsjes waren lekker.

We moesten heel Midwolda doorkruisen om de Ennemaborg en het Midwolderbos te bereiken. Het bos was donker met lange rechte paden en veel muggen. Tot Gerards verrassing stond we aan het eind van het bos bijna op de A7. Was geloof ik niet helemaal de bedoeling, maar via een dicht begroeid pad langs het water, kwamen we weer op het rechte pad en bereikten na 28 kilometer het beginpunt.

Een buitengewoon vriendelijke ober vertelde wel 3 keer welke soorten bier op de kaart stonden, al dan niet met alcohol, en in welke hoeveelheden een tapbiertjes te verkrijgen was: Heineken van de tap (200, 300 of 500), Wieksckse Witte met en zonder alcohol, Palm, Duvel, Affligem dubbel en triple. Ook veranderde hij, even vrolijk, een dubbele Affligem in een triple of andersom en weer terug.  Binnen de kortste keren kwam hij met een volgeladen blad terug, alleen de rode wijn en de thee kwamen na. We proostten op Gerard en de mooie tocht.

Binnen een kwartier was ik thuis. Peter zat met een biertje en een boek op het terras in de zon en had een rustige, en daardoor minder pijnlijke dag gehad. De valkjes waren helaas uitgevlogen. Ze zijn nu nog even te bewonderen op het hek onder het nest.

Mariette