"Uche, uche, uche, uche, uche, het stikt hier van de muggen", zong Sander uit volle borst. De eerste twee uur van het rondje Schoonloo werden we inderdaad lek geprikt; zo gaat dat bij mooie vennetjes. Daarna genoten we van 'natuurkunst' en ontsnapten we aan een wisse dood. Het was dus alweer een gedenkwaardige Boetenbaintjeswandeling. Rondom Schoonloo, de voormalige achtertuin van Veurloper Wim, is het prachtig. Afwisselend bos, open (heide)veldjes en vennetjes. En muggen dus. Na een half uur had ik een kraag van bulten in mijn nek. En ik was niet de enige. Vooral als we stilstonden, vielen die krengen aan. En je bent warm en je zweet en extra aantrekkelijk. We hielden het tempo er dus goed in. De Veurloper had trouwens wel moeite met zijn rol. Het kostte hem eerst erg veel moeite het juiste pad te vinden: we moesten tot twee keer toe terugkeren op onze schreden. Of hij liep achteraan en ging dan plotseling rechtsaf, terwijl de hele meute rechtdoor liep. Ook is het heel bijzonder hoeveel kilometers hij op een beperkt lapje grond weet te maken! Lusje rechts, lusje links, lusje terug, je richtinggevoel wordt behoorlijk op de proef gesteld. Maar we klagen niet, want Veurlopers zijn schaars.

Na de muggen hadden we pauze bij een boerderij waar men biologische groentes verbouwt en deze ter plekke verkoopt, maar waar ook andere heerlijkheden zoals notenkoek en ijsjes te koop zijn. Koffie en thee mag je zelf maken en voor 1 euro per kop opdrinken. Het duurde even voor onze koffie klaar was, maar dat was geen straf want we zaten heerlijk in het zonnetje.

Daarna volgde de kunst. Die moesten we van Wim trouwens zelf ontdekken, want je wandelt om wat te zien en te beleven en niet om de hele tijd te kletsen. Afijn, nadat we 2 kunstwerken bijna gemist hadden, raakten we bij de les en genoten van de kunst en lazen uitgebreid de bordjes met uitleg. Ook weer niet goed, doorlopen moesten we, tempo maken! Daar hadden we zo onze eigen gedachtes over. De kunst is een ode aan de arbeiders die in het kader van de werkverschaffing het bos 'geplant' hadden, het was geheel geïntegreerd in de omgeving: bomen met spiegeltjes, waardoor het net leek of je door de bomen heen keek (wie heeft trouwens het juiste aantal spiegeltjes geraden?), ogenschijnlijk kriskras door elkaar gezette bonenstaken, waar je onderdoor kon lopen, een gedekte tafel met scheppen als borden, een metershoge schep en lepel. Mooi, mooi, mooi. Een jongetje van een jaar of twee probeerde de op een na grootste kei op te tillen. Het lukte hem bijna; nog een jaartje spinazie eten, lijkt me.

Het venijn zat in de staart. Op de nog maar een jaar oude kaart van Wim stond een beetje water en veel bos. Maar dat water bleek een zandafgraving te zijn, die minstens drie keer zo groot geworden was en de route liep daar doorheen. Nou dan beklimmen we gewoon de steile wal en kijken wat aan de andere kant ligt: een prachtig blauw meer met idem strand. Aan de ander kant weer terug naar het pad; staat daar een groot bord met "Levensgevaarlijk, drijfzand"! Heeft Wim weer mazzel gehad. We moesten ook nog een omweg maken naar een schapenwaspoel. Allemaal jeugdsentiment! Maar ja, we weten het: Veurlopers zijn schaars, en als makke schapen liepen we achter hem aan. Na 27 warme kilometers was het goed bier drinken.

Mariette