De Boetenbaintjes
wandelen in het noorden van Nederland
sinds 1994

Monumentendag

Op speciaal verzoek, vooral van Janny, werd de wandeling op de tweede zaterdag in september gekoppeld aan de open monumentendag. Maar dat de Boetenbaintjes nou zo cultureel ingesteld zijn kan ik niet zeggen. We liepen de knapzakroute Veenhuizen + een beetje van Peter met aan het eind de mogelijkheid om het gevangenismuseum en/of het glasmuseum te bekijken. 6 van de 13 waren geïnteresseerd, de rest ging na het bier naar huis. Waarschijnlijk was het verlangen naar een douche om de plakkerigheid en de kriebeligheid af te spoelen groter dan de culturele interesse.


Want warm en benauwd was het! En dat leidde langs wateren en door bossen en zonder wind tot een verhoogde activiteit van muggen. Marja had de meeste bulten op haar benen, maar Iet de dikste op haar arm, omdat ze door een wesp was gestoken. Er werd wat afgeklaagd, en de prikkerij leidde bijna tot muiterij: een deel weigerde nog een stap te verzetten en wilde absoluut niet meer door het bos lopen. De veurloper verzuchtte dat hij de volgende keer een wandeling over het TT-circuit ging maken: geen natuur, maar alleen asfalt. Wim, Thea en ik dachten dat het handig was geweest als we als echte gevangenen met de voeten aan elkaar geketend werden. Maar stilstaan is erg bevorderlijk voor nog meer prikken, dus aangespoord door Marja kwam er beweging in. Als beloning was er een pauze op open terrein met een vleugje wind. Maar ja, daar waren weer wespen.

En een vader met 2 zoontjes die een fietstocht maakten: ze waren in Peize begonnen en hadden de Berenkuil in Grolloo als doel. De oudste van 6 had een eigen fiets met bepakking, de jongste van 4 had zo’n aanhangfiets aan die van zijn vader; maar hij trapte wel mee en klaagde niet over warmte of muggen. Ze sliepen gelukkig in een blokhut, want ’s nachts was er een beste onweersbui.

We begonnen de wandeling met rondjes en heen-en-weertjes over bruggetjes. Hier bleken diepere bedoelingen achter te zitten: in de eerste plaats om die dag  aan voldoende kilometers te komen, en in de tweede plaats om de koffie te ‘verdienen’. Het aantrekkelijke terras dat we na een kwartier passeerden, ging aan onze neus voorbij. De veurloper was onverbiddelijk: eerst kilometers maken. Gelukkig was het terras van het Verenigingsgebouw ook prima. Aan het eind van de wandeling kregen we een typische bonus van Peter: modderig, glibberig, blubberig, ruig en robbelig terrein, maar geen muggen. De klagerij was over en iedereen had weer praatjes.

Zo’n na-de-vakantie-wandeling is altijd leuk met vakantieverhalen. Marja had een metamorfose ondergaan en zag er top uit: lekker bruin van de Spaanse zon en een nieuwe bril, die helemaal paste bij haar (haar)kleur. Janny keek wat sneu bij alle loftuitingen richting Marja: ze bleek al langer een nieuwe bril te hebben: een mooie blauwe, die paste bij haar shirtje, haar ogen en haar eerstehulptasje, die trouwens voorzien was van antimuggenspul, dat de hele groep rondging. Margreet had de bruinste benen, maar die was dan ook 4 maanden in Frankrijk geweest. Henny was er niet, maar wel veilig teruggekeerd uit Iran en Laura S. was aan het fietsen in Pakistan. Margreet S. en Jo waren op Terschelling, rooie Thea had gefietst in Vlaanderen, Frieda was in Rome en Limburg geweest en Iet in de Dolomieten.

Na al die reizen is vlakbij huis wandelen dan ook weer mooi en vol herinneringen. Mooie, zoals cantharellen plukken in Bankenbos, emmers vol. Daar maakte mijn moeder dan ‘smotjebrij’van: tomaten, eieren en cantharellen op brood: oef, wat lekker. Ook minder leuke: naar de tandarts op de fiets van Norg naar Veenhuizen met mijn moeder en mijn zusje. De hele fietstocht al pijn de buik, want ik was (en ben) als de dood voor de tandarts, Mijn zusje niet. Die ging dus als eerste. Ik glipte meestal de stoel weer uit en dan gingen we onverrichter zake terug. Maar mijn moeder wist na vijf minuten mijn gemoed zo te bewerken dat ik toch op die stoel terecht kwam. Of op de fiets over het Fochteloërveen (zover kwamen we nu helaas niet). Het dorp zelf heeft een hele metamorfose ondergaan, niet zozeer in de bebouwing , maar vooral in uitstraling en sfeer. Alle huizen mooi gerestaureerd en met een andere functie: atelier, museum, restaurant, theeschenkerij. Maar er is ook nog steeds een gevangenis en het staat op de nominatie werelderfgoed te worden. Het kan niet aan het Veenhuizer bier van de molen 'Maallust' liggen als het die titel niet in de wacht sleept.

Mariette