De Boetenbaintjes
wandelen in het noorden van Nederland
sinds 1994

Steengoed in Steenwijk


Het derde weekend in september, het wandelweekend van de BB-tjes, was in alle opzichten steengoed. Het eindigde echter niet poepgoed, hierover later meer.

De zon scheen alle dagen volop, geen wolkje aan de lucht, bijna geen wind en niet te heet. Het was weer voor brokjes, blote benen, zonnebrillen, zonnebrandcreme, bier en rode wangen. De camping was klein, rustig en open met de hele dag zon. Een grote familie vierde een feestje, er hingen vlaggetjes aan de tenten, het zag er gezellig uit en ze maakten geen herrie. De volgende ochtend vertelde oma dat dit nog maar de helft van de familie was. Ze had 19 kleinkinderen. Ook met zijn allen hadden ze volgens mij geen lawaai gemaakt.

Logistiek leek het ingewikkeld: er waren vrijdaggangers met openbaar vervoer en met eigen vervoer, ook op zaterdag was dat het geval, en er waren kampeerders en B&B-ers. Maar natuurlijk kwam alles goed. De 7 kampeerders deden de autowisseltruc en stonden om 11 uur bij de bushalte in Havelte en verdreven de wachttijd met ontspanningsoefeningen. Met 4 BB-tjes meer (waaronder 2 bikkels die met volle bepakking liepen) liepen we in een klein halfuurtje naar de koffiestop, waar B&B-ers Marja en Margreet S. al op het terras in de zon zaten. Het was hun tweede koffiestop van de dag al. Na zo tippel heb je wel zin in taart en koffie. De monchoutaart was mooi en lekker, de appeltaart was ook niet slecht, de bediening was vriendelijk en de obers hadden prachtige schoenen en broekriemen.

Het was ondertussen half 1 en dus de hoogste tijd om kilometers te maken. Onder leiding van Wim, geassisteerd door Janny, gingen we via de startbaan naar de heidevelden rond Havelte. Maar voor we de startbaan bereikten zagen we twee eekhoorntjes die een spelletje in de boom speelden. De hei was dor en droog en uitgebloeid en toch mooi. Voor mijn gevoel waren we nog niet zoveel opgeschoten toen we een zonnepauze hielden op het Holtingerveld. Maar ja, het was ook zulk fantastisch mooi weer. Na de flardenroute, waar je o.a. bo(o)mkraters kunt zien, de twee grote hunebedden en het Nivonhuis lieten we de drukte achter ons en zwoegden door het mulle zand en de tanksporen van het militaire terrein. Het leek de woestijn wel. Er klonken ook onheilspellende harde knallen en we zagen dikke rookpluimen. Bommen? We kwamen er niet achter wat het was. Ook de tienerjongens, die van de plek des onheils leken te komen, keurden het ten strengste af, maar wisten niet wat het was

Het eten bij de Griek was lekker en gezellig, hoewel Jan D. bijna stikte. Gelukkig kende Jan R. de Heimlichgreep en redde zijn leven. Het was windstil en de sterren straalden, toen we te bed gingen.

Toen we wakker werden scheen de zon alweer, de tenten waren droog en de brokjes konden aan. De T(h)ea’s kwamen bijna niet meer bij van het lachen, omdat ik probeerde water uit de ketel te schenken, terwijl de dop er nog op zat. Lekker begin van de dag! Wim had veel last van zijn knie en liet de tweede dag aan zich voorbij gaan, samen met Janny keerde hij huiswaarts. Jammer!

Wij reden naar het station waar de B&B-ers ons opwachtten. Margreet had de leiding voor de tocht over de Woldberg, Marja was haar charmante assistente en bood GPS-hulp als Margreet even de weg kwijt was. Ook deze dag was er al na een half uur koffie in Tuk’s theehuis. Een prachtige plek, waar kinderen zand zeefden, de kippen vrij rond liepen en de taart erg lekker was. Zelfs ik bezweek. Daarna beklommen we de Woldberg met zijn eeuwenoude, prachtige beukenbomen en holle wegen. Het deed me een beetje denken aan de Veluwezoom. En natuurlijk een geweldige plek voor de traditionele groepsfoto. Thea wees de ideale plaats aan en Willemien maakte de foto. Bij landgoed de Eese lagen we een half uurtje in het gras. Willemien vond een eekhoorntjesbrood voor het avondmaal en Laura R probeerde een dikke boom van zijn bast te ontdoen om daar iets moois van te maken. De boom zal het wel overleven.

Zoals vaak, als je weer in de bewoonde wereld komt, wordt het er niet mooier op. Zeker niet als je in de hondenpoep trapt, zoals Thea, of nog erger, als je hondenpoep aan je handen en rugzak hebt, zoals Laura R. Gelukkig zat de banaan nog in de schil. Niet echt een poepgoed einde dus. Toen we op het station kwamen bleek de tent voor de nazit dicht en kwam er een abrupt einde aan het samenzijn. De treingangers sprintten naar de trein en de autorijders gingen naar hun auto’s. Ik had hoge nood en plaste tussen de auto van Thea en de auto van mezelf, bewaakt door de T(h)ea’s. Thea ging naar de camping, waar een koud biertje en Ina op haar wachtten. Ze bleef nog een dag.

Peter en ik reden naar huis, dronken een wijntje, haalden iets van de Chinees en hoorden het in de nacht regenen. Ook nu ik dit schrijf, regent het. En voor de zoveelste keer hebben we weer alle geluk van de wereld gehad. We zijn en blijven bofkonten.

Mariette