De Boetenbaintjes
wandelen in het noorden van Nederland
sinds 1994

Marja’s kudde

Het waren er maar liefst 19! 9 stonden te blauwbekken op de carpoolplaats in Borger en 10 rolden om 10 over 10 uit de Qliner. Als een volleerd herder leidde Marja de schaapjes van Borger naar Exloo en terug. Ze had geen kooikerhondjes nodig. Zou trouwens wel gezellig geweest zijn.

Zoals gezegd was het waterkoud en dat de bleef de hele dag zo. Geen zonnetje te bekennen. Maar in het algemeen hadden we weinig last van de kou, behalve op open stukjes tegen de wind in. Annemiek liep sinds lange tijd weer mee en, verstandig als ze is, hield ze het op een half rondje. In Exloo nam ze de bus. Margreet D en ik houden het al een hele wandeling vol. Het aantal bankzitters lijkt kleiner te worden, gelukkig. Verder waren er 4 nieuwelingen, die eigenlijk geen echte nieuwelingen meer zijn, maar sinds een paar weken iedere wandeling present zijn. Kunnen we weer 25 jaar mee vooruit.

Het was een prachtige, afwisselende wandeling met bossen, heidevelden, vennen en essen. Beetje glooiend, daar op de Hondsrug. Er werd druk gekeuveld onderweg. Zelf deed ik daar ook aan mee, zodat de omgeving met een beetje ontgaan is. Thea zat nog vol verhalen over haar vogelreis naar Gambia, Joke blijkt actief te zijn in een fruitplukbos in Beijum en leeft zich uit in het snoeien van bramen en uittrekken van kleefkruid, en Maria blijkt mooie schilderijen te maken. De winterkampeerders hadden natuurlijk ook dikke verhalen. Ze overnachtten op een camping met een kampvuur in een grote kapschuur. Dat kwam goed uit, want zo nu en dan viel er buitje, en zelfs hagel. Ze waren trouwens niet alleen, want er stonden ook 40 wereldfietsers en een eenzame motorrijder, die de hele avond gezellig bij die leuke BB-tjes bleef zitten, zelfs tot na middernacht. De zondag was het mooi, zonnig weer. Margreet had het niet koud gehad in mijn slaapzak. Janny dacht dat kwam, omdat de slaapzak van schapenwol was. Ik moet er niet aan denken, die is zwaar en kriebelt verschrikkelijk. Het is gewoon een goede, nieuwe, nepdons slaapzak.

Marja had de horeca ingelicht dat ze een invasie konden verwachten en dus waren in Exloo tafels gereserveerd in de serre en werden we snel en prettig bediend door vriendelijke meisjes. De koffie en appeltaart waren voortreffelijk. Ik gruwde van de gespreksonderwerpen: maagonderzoek en havermout. De baas was minder vriendelijk en mopperde over het apart afrekenen. We lieten Annemiek achter en aanvaardden met 18 BB-tjes de terugreis.

We passeerden hunebed D30, een goede bekende van ons. Thea is al jaren op zoek naar het hunebed waar ze als klein meisje met haar ouders op gezeten heeft. Ze kan het maar steeds niet vinden. En Joke tikte Sander op de vingers, toen hij de sinaasappelschillen gewoon op de grond gooide. Onder haar toeziend oog moest hij alles tot de laatste snipper oprapen en in een plastic zakje mee naar huis nemen. Het appelklokhuis mocht blijven liggen.

Na 24 kilometer waren we, ruim voor donker, terug in Borger en bij Bieze stond een lange tafel voor ons klaar. Toen de glazen en kopjes gevuld waren, toostten we op de mooie tocht en de goede leiding.

De tafeltjes bleken niet bestand tegen het leunen van Sander toen hij opstond. Hij gaf een oerschreeuw van schrik, waardoor ik weer schrok. Even later overkwam het Jan R ook, waarop ik een schreeuw van schrik gaf en Jan nog meer schrok.

Bij de bushalte en carpoolplaats gingen we uit elkaar. Nu moesten de busreizigers nog 10 minuten staan blauwbekken en konden wij snel de auto in.

Mariette