De Boetenbaintjes
wandelen in het noorden van Nederland
sinds 1994

Niet wandelen in tijden van corona, etappe 3

Zaterdag 25 april maakte ik in mijn hoofd een wandeling rond Eastermar, die bestond uit herinneringen aan alle wandelingen die we daar met de BBtjes gedaan hadden. Vorig jaar was het prachtig weer met windkracht 8. Op het terras waaide het bier uit je glas en bij het plassen moest je goed op de windrichting letten. Het ouderlijk huis van Douwe Kroes is een vast onderdeel, gevolgd door de uitkijktoren bij het Burgumermeer. Ik dacht aan Berend die viel bij het gemaaltje in de Leijen. De allereerste wandeling in dat gebied, een nachtwandeling met Thea, toastjes, een verhaal en kwakende kikkers in een stille maanverlichte nacht. En ’s ochtends dronken we thee op de stoep in het nog niet ontwaakte dorp. Het kleine, smalle theetentje met zelfgemaakte taart en met de hand gezette koffie. Het was een mooie virtuele wandeling. Toch was een echte wandeling onder leiding van Thea en Maria en met vele andere BBtjes gezelliger en fijner geweest. Maar ja, het is even niet anders.

In het echt deed ik mijn dagelijkse wandeling rondom huis van een kilometer of 10. Ook mooi, met weilanden vol paardenbloemen en madeliefjes, moedereend die met een stuk of zes kuikentjes in hoog tempo de weg oversteekt en in het water springt. Knap, hoe die kleine bolletjes met die kleine pootjes al zo snel kunnen zwemmen. Een ree die aan de rand van het dorp vanuit de nieuwbouwwijk de weg oversteekt naar het park. Fietsers en wandelaars waar ik met een boogje omheen moet lopen. Een echtpaar op een bankje in de Heemtuin in de zon. Na een maand was dit hun eerste uitje in de buitenlucht. Ze behoorden tot de risicogroep en waren bang en voorzichtig. In het stinzenbos ruikt het naar uiensoep, daslook staat er massaal te bloeien. Er moet in het braambosje een blauwborstpaartje te zien zijn. Ik kan ze niet ontdekken. Ik heb begrepen dat ik heel vroeg op moet staan om ze te zien. Ik vrees dat dat niet gaat lukken.

Geheel tegen zijn gewoonte in wilde Peter zijn wandeling rond Gasselte wel voorlopen. Die wandeling was eind maart niet door gegaan en staat dus nog op het programma. We hadden daar nu alle tijd voor. Het was mooi weer en het brokje kon aan. Op papier was hij niet zo tevreden met de route. In het echt viel het ook tegen. Het begon met veel te veel verharding en dat is geheel tegen de wandelprincipes van Peter. Daarna een redelijk stuk naar het Nije Hemelriek. Op het strand lagen op gepaste afstand koppels van twee te genieten van de zon. Het terras was dicht, maar er stonden wel heel veel picknicktafels, waar we lunchten met eigenbakken brood en meegebrachte koffie. De tweede helft was matig en gevaarlijk ook. Denk je het coronavirus te ontvluchten en dan word je belaagd door de vroeg wakker geworden eikenprocessierupsen en kom je langs een veld met bordjes ‘pas op, Ranavirus, niet betreden’. Het Ranavirus blijk vooral amfibieën te overvallen, is niet gevaarlijk voor huisdieren en mensen. Toch mochten we er niet in. Na 15 kilometer had ik hele zere tenen (net behandelde likdoorns), zodat we de snelste weg terug namen. De laatste kilometer liep ik op de sokken naar de auto. Alles bij elkaar genomen werd de wandeling afgekeurd en gaat Peter een nieuwe bedenken. Een geluk bij een ongeluk dus. En we hebben immers nog steeds alle tijd van de wereld.

Mariette