Het zou Gees hebben moeten zijn, je weet wel, die plaats in Drenthe met dat lekkere Italiaanse ijs en die leuke, gezellige, gevlekte Bentheimer varkentjes. En de beeldentuin natuurlijk. Gerard zou ons geleid hebben, hij woont daar nu ergens in de buurt. Hij krijgt alle tijd om de omgeving nog beter te leren kennen. Want ook op 23 mei nog geen BB-wandeling. Ik ben wel benieuwd hoelang Mark en Hugo ons nog in het hok kunnen houden als het mooi weer is. Zeker als er ook nog geruchten de ronde doen dat die anderhalve meter een fabeltje is en dat ons in de buitenlucht niets kan gebeuren. Het virus vervliegt.

We moeten niet te hard schreeuwen en niet omhelzen, dan schijnt het redelijk veilig te zijn. Kerken en koren zijn het gevaarlijkst. Dus wie weet? Vervoer is nog wel een probleem, je mag eigenlijk maar met 1 persoon in een auto, maximaal 2 als je familie bent. En met een zelfgemaakt, nutteloos mondkapje in het openbaar vervoer is ook niet aantrekkelijk. In ieder geval geen Pinksterweekend in Duitsland und keine Spargel mit Weisburgunder. Helaas, helaas. Ooit komen er betere tijden.

Het weer was redelijk met een stevige wind uit het westen. Goed wandelweer dus. Ik maakte mijn favoriete, grote Muntendammerronde. Het leuke van heel vaak in dezelfde omgeving lopen, is dat je ieder paadje en ieder grassprietje kent en zelfs nieuwe paadjes ontdekt. Ik weet waar de ganzen met hun kuikens wonen. Eerst waren het er 6, nu nog 5. Ik zie het fluitenkruid in de knop, uit de knop en volop in bloei. De meidoorns waren nog nooit zo vol en geurig. Ik loop langs een lange en brede akkerrand van mijn buurman. Eerst paars van de phaecelia, in de loop van de tijd volgen de margrieten in grote witte vlakken en komen hier en daar knalrode accenten van de klaproos en van de donkerrode klaver, niet die gewone ronde, maar de langgerekte. Aan de andere kant van het pad geven de kikkers een concert.

In polder de Wiede is het wit van het fluitenkruid en geel van de boterbloemen en de Gelderse roos staat pront in bloei. Ook hier overal kikkerconcerten. Ik ben er helemaal alleen met de zon op het gezicht en de wind door de steeds langer wordende haren. In het stinzenbos in de Heemtuin is de daslook uitgebloeid en hebben de aronskelken nog geen vrucht.

Ik ken alle Lakenvelders, een wei met 2 dames, een wei met moeder en kind, en een wei met 3 meisjes. In een andere wei staat een zielig paard helemaal alleen. Nou ja in de wei? Het is zo’n gortdroge manegezandbak met geen sprietje gras. In de winter staat zij daar met een dekje om altijd treurig over het hek te kijken. Ik spreek haar dan altijd moed in.

En langzamerhand ken ik ook alle honden die uitgelaten worden. Soms doet de bazin hem of haar aan de lijn, zij kan op mijn grote dank rekenen. Soms springt er joekel tegen me op. “Hij doet niets hoor.” Of:  “Dat doet hij anders nooit.” Tegen hun baasjes ben ik wat minder vriendelijk.

In het open veld krijg ik windkracht 5 recht van voren en omdat het nog steeds gortdroog is, word ik gezandstraald. Op andere plekken zijn ze de akkers aan het beregenen en krijg ik een gratis douche.

En zo is er op het platteland en dichtbij huis altijd wat te beleven. Volgend jaar maar weer eens naar ItaIië of zo.

Mariette