De Boetenbaintjes
wandelen in het noorden van Nederland
sinds 1994

Een voorjaarsachtige winterdag


Op het station stonden 1 man, te weten Jan de veurloper, 10 vrouwen onder wie een proefloopster, en slechts twee auto's. In mijn kleine blauwtje kunnen er echt niet meer dan 4. In die van Jan 4 of 5. Een vervoersprobleempje dus. Maar Jan had vaker met dit bijltje gehakt en was goed voorbereid. Hij had de bus en treintijden via Assen al uitgezocht en zo togen Margot, Laura de R en Martha per OV naar Smilde. Ze zouden daar een half uur later dan wij aankomen en wij moesten dus wat tijd stukslaan. Het plaatselijke café was op dit vroege uur, het was 10 uur, nog in diepe rust dus werd er voor vertier naar de bakker uitgeweken. En zo kon het gebeuren dat een aantal BBtjes al om vijf over tien pecanbroodjes, puddingbroodjes of een aanverwant artikel stond weg te kauwen.

Toen de anderen arriveerden vertrokken we met de zon vol in ons gezicht. Er was ons door de weersvoorspelling weliswaar een zonnige dag in het vooruitzicht gesteld maar gezien een straf windje moesten we toch rekening houden met een lage gevoelstemperatuur. De meesten van ons hadden zich daar goed op gekleed. Frieda en ik droegen onze dikste jas, Marieke en Annemiek hadden een nieuwe warme jas aan en Martha verwachtte volgens mij Siberische toestanden met haar vier lagen waaronder een donsjas. De zon scheen, de wind bleef uit dus het gevolg van al die kleren laat zich raden: we liepen te puffen van de warmte.

De wandeling was prachtig. We liepen o.a. door het Hijkerveld, altijd mooi en met die strakblauwe lucht fotogenieker dan ooit. We dronken koffie in Oranje, waar Laura haar wafel met kersen en slagroom voor de helft op de grond kwakte en er een appelgebak teveel op tafel kwam. Ik heb me maar opgeofferd... Jan zou Jan niet zijn als er niet af en toe een doorsteekje of ommetje op het programma stond. Tot drie keer moesten we een hek over klauteren (met alle respect voor Margot) zodat ik me niet aan de indruk kon onttrekken dat we enigszins illegaal bezig waren. Maar Jan zei dat hij nergens een bordje Verboden Toegang had gezien. Tja.

Tot twee keer toe konden we zittend in het zonnetje ons broodje eten. We spraken over het vluchtelingenprobleem, in Oranje konden we daar niet om heen, en over de sneeuwwandelaars in Noorwegen die alarm hadden geslagen en we genoten!

Met 23 km in de benen kwamen we rond half vijf in het café in Smilde. Je zou denken dat we alle cafés in Drenthe onderhand wel gehad hadden, maar dit was voor de meesten van ons weer nieuw. Het valt onder de categorie bruin, verschraald bier, stiekem roken en veel te harde muziek. Maar het bier smaakte goed en we bedankten Jan enthousiast voor de heerlijke wandeling. Thuis gekomen zag ik in de spiegel dat ik zowaar een kleurtje op mijn wintergezicht had opgedaan. Op naar het voorjaar!

Marja