Gisteren, zaterdag 28 maart, hadden we kunnen wandelen met Peter in Gasselte. Dat was vast mooi geweest, het was mooi weer, zonnig met een frisse noordenwind en wandelen met Peter en de BB-tjes is altijd gezellig. Maar helaas wandelen met een club BB-tjes mag niet meer. In een rijtje achter elkaar lopen aan met anderhalve meter ertussen is ook niet echt gezellig. En geen horeca onderweg maakt het er ook niet leuker op. Zonder koffie en appeltaart is nog wel te doen, maar geen nazit, dat kan niet. Het doet me denken aan ‘the Rambler’ van de Dubliners. Wij hebben een cd van een live-opname in Duitland, waarin ze in een soort potjesduits de inhoud van het lied uitleggen: “das Wandern in die Bergen ist verboten, aber ich will wanderen wenn ich die Lust habe”. Hij gaat wel samen met zijn geliefde de bergen in.

Vandaag is het geen straf om binnen te moeten blijven, een ijskoude harde noordenwind doet je bevriezen. Dan moet je de natuur maar binnenhalen met de webcams van Vroege Vogels. Of gewoon het raam uitkijken waar de prunus het moeilijk heeft met die harde wind, morgen zal ie wel kaal zijn. De vinkjes, meesjes en musjes trekken zich niks aan van de kou en eten van de pindakaas en nemen een zondags bad. Zoals ieder voorjaar maken de buizerds en de kraaien ruzie om een nest in de beukenboom. De kraaien winnen altijd.

Maar wandelen moet je natuurlijk wel om aan die 15 kilometer per dag van O’Hara te komen. Je moet het zelf organiseren, liefst met niet meer dan 2, anders word je op de bon geslingerd. Het Noordlaarderbos en de Onlanden kom je bijna niet in. Daar moet je net als bij mijn groenteboer wachten tot er iemand naar buiten komt. En zoals ik in mijn vorige Boetenproat al zei: “We hebben er alle tijd voor nu we niet naar de kroeg kunnen, niet naar de sportschool, niet naar yoga, geen film, geen museum, niet bridgen”. We hebben allemaal een lege agenda.

Wat moet je anders doen. Ja, je kunt een legpuzzel maken, als die tenminste nog te krijgen zijn. Lijkt net zulk roofgoed te zijn als wc-papier. Ik heb mijn legpuzzelperiode achter de rug, die hoort voor mij bij de kerst en de winter. Of al je vakantiefoto’s veranderen in een mooi digitaal boek. Of klussen, je huis schoonmaken of lezen, en iedere dag de dr. Denkerpuzzel maken. Hoort eigenlijk ook bij de kerst, maar eentje per dag moet kunnen. Of een mooi coronalied schrijven, zoals Sander deed.

Marja en Margreet S. proberen iedere week te wandelen en nemen hun eigen koffie en appeltaart mee. Ik maak bijna iedere dag een ommetje van 8 tot 10 kilometer. Weliswaar geen 15, maar genoeg na een ochtend de gang gesausd te hebben of op de knieën in de tuin gewroet te hebben. Ik prijs mezelf gelukkig met een grote tuin en een groot wandelachterland, waar ik kan lopen en bijna niemand tegenkom, hoewel het drukker is dan anders. Op het land zie ik 2 ooievaars en die zie je hier niet vaak. De laatste keer was 10 jaar geleden en een dag later werd een buurjongetje geboren. Maar de kans is klein dat weer een buurkindje geboren wordt. Ik hoor hoog in de lucht het gezang van de veldleeuwerik. De geelgorsjes zijn er ook weer. De sleedoorn staat volop in bloei. In de Heemtuin bloeien de kievietsbloemen en de voorjaarshelmbloem, de zon schijnt. Het is lente. Als ik toch nog een wandelaar tegenkom, lopen we met een boogje om elkaar heen. Vreemd eigenlijk, die heilige anderhalve meter. We hebben zelfs al een anderhalvemeterpolitie. In tijden van crisis is alles kennelijk geoorloofd.

Ik hoop dat we alleen de goede dingen, zoals gemeenschapszin, verbroedering en minder vliegen, overhouden van die crisis. We moeten het nog even volhouden. Let op jezelf en anderen en blijf gezond.

Mariette