Ondanks de niet al te florissante weersverwachting stonden er ‘s morgens 11 Boetenbaintjes die er wel oren naar hadden om die voorspelling het hoofd te bieden. Peter en Mariette waren onderweg maar moesten verstek laten gaan vanwege vertraging, veroorzaakt door een verkeersongeval dat zich vlak voor hun neus afspeelde.

De heenweg naar de Boslounge in Spier was al veelbelovend: we werden getrakteerd op fraaie regenbogen en twee keer een aantal reeën die rustig langs de kant van de weg stonden te grazen. In Spier stond Thea ons op te wachten zodat we met een mooi clubje van 12 op pad gingen.

Vergeleken met twee weken geleden was de herfst merkbaar ingetreden: we schopten lekker tegen bladeren, de bomen begonnen mooi te verkleuren, en er waren nog maar weinig vogelgeluiden. We liepen over paden met onder onze schoenen knappende beukennootjes, er verdwenen tamme kastanjes in onze rugzakken en er waren paddenstoelen. Heel veel paddenstoelen! Ik kan me niet herinneren er ooit zo veel en zo veel verschillende soorten te hebben gezien.

Jan had een prachtige wandeling uitgezet. Voor mijn gevoel hebben we zo ongeveer alle hoeken van het Dwingelderveld bewandeld en af en toe beslalomd vanwege de nattigheid. In de ochtend werden we regelmatig overvallen door een kort regenbuitje, twee keer een klap onweer en zelfs wat hagel; het mocht de pret niet drukken want het leverde ook mooie Hollandse luchten op. De Hollandse landschapsschilders hadden er wel raad mee geweten. Toen we de helft van de tocht erop hadden zitten bereikten we het ons welbekende Theehuys Anserdennen, waar de uitbaatster ons enigszins nerveus welkom heette. We konden vanwege de coronaregels niet allemaal binnen zitten maar werden in twee groepjes opgedeeld: een groep voor het overdekte buitenterras en de andere groep liet zich lekker wegzakken rondom de open haard in de nieuwe tuinkamer. De buitengroep zei weliswaar dat ze het niet koud hadden gehad maar ze waren toch aanmerkelijk sneller weer in de benen dan wij, de binnenzitters. Na de koffie bleef het droog, en we genoten van de herfstpracht. We kletsten er vrolijk op los over onze favoriete onderwerpen: koken, bakken  eten, films, boeken. De klachtjes en kwaaltjes speelden nauwelijks een rol van betekenis.  Maar ook de coronasomberte lag voortdurend op de loer. Hoe zou het verder gaan met onze wandelingen? Weer een stop? Alsjeblieft niet! Een aangepast programma dan? We gaan het zien, het zou zo maar kunnen.

Tegen 5 uur waren we weer terug bij de auto’s en togen naar Van der Valk voor de nazit. Schoenen netjes schoongemaakt, handen ontsmet, 1.5 meter afstand: de keurigheid en goede bedoelingen dropen van ons af toen wij het restaurant verwachtingsvol binnengingen. Maar het liep anders dan we hoopten: een slechtnieuwsmededeling zorgde ervoor dat we zonder nazit en zonder Jan te kunnen bedanken (bij deze, Jan) naar huis reden. Iemand zei dat het een echt goede ouderwetse BBtjeswandeling was en ik stemde daar volledig mee in: Lekker stevig tempo en een dito afstand van 26 km, het was een heerlijke dag!

Marja