Het zijn mijn twee favoriete natuurgebieden. Ik weet eigenlijk niet welke ik het mooist vind. Gelukkig hoef ik niet te kiezen, want ik heb het geluk er precies tussenin te wonen. Een half uurtje rijden en ik ben er.

Op vrijdag 12 februari was de Drentse Aa aan de beurt. We hadden al drie pogingen gedaan om er met de T(h)ea’s te gaan wandelen. Telkens kwam er iets tussen. Maar de vierde keer ging het door. En het gebedje kwam uit: ‘lang gewacht, stil gezwegen, nooit gedacht, toch gekregen’.

Het was het mooiste weer van de wereld. Het was winter, zoals winter moet zijn met zon, sneeuw, ijs en weinig wind. Peter en ik hadden de dag ervoor de paden gebaand door de sneeuw plat te trappen. We liepen van Schipborg via de Strubben en het Kniphorsterbos naar Anloo. Op het muurtje van de kerk aten we de eitjes van Thea, die ze lekker warm gehouden had onder de gele, gebreide kipjes. Haar buurvrouw had aangeraden ze in haar BH te stoppen, maar dit was ook doeltreffend. We zagen een ooievaar en sneeuwpoppen, die zilverreigers bleken te zijn. Snippe zag een watersnip vliegen en in de Gasterse duinen liet een goudhaantje, dat van boomstam naar boomstam hipte, zich goed bekijken. Tea trakteerde op chocolade bij de thee en er werd veel gelachen. We kwamen Iet en Ben tegen en hadden aan het eind van de wandeling roodverbrande wangen. Wat een geweldige dag.

Op 27 februari mochten we naar de Westerwoldse Aa. Officieel was de laatste wandeling van het programma aan de beurt, een rondje Vries-Zeyen-Vries olv Marja. Maar het programma bestaat niet. Dus werd het een rondje Wedde met de  Westerwoldse Aa, de Ruiten Aa en het Mussel Aa-kanaal. De sneeuw en het ijs waren weg en het voelde als voorjaar. Niet zo warm als een week geleden, maar toch een groot verschil in gevoelstemperatuur. Geen wind en in de middag ging de zon uitbundig schijnen. We liepen van Wedde via Veele naar Vlagtwedde en aten een broodje in de buurt van Smeerling aan de rand van Ruiten Aa. Ook hier ooievaars en zilverreigers. Geen watersnip en goudhaantje, maar wel verstoorden we twee reeën, die ieder een kant op renden. Ik hoop dat ze elkaar terug gevonden hebben.

Het viaduct bij Smeerling stond niet meer onder water, zodat we via mooie kant van de Westerwoldse Aa konden lopen. De hazelaar en de wilgen hadden katjes, lange gele en dikke zilvergrijze. Op Engelkensbrug in Wessinghuizen zaten we met het gezicht in de zon ons laatste broodje te eten. De foto van de eitjes van Thea leidde tot een gesprek over het koken en pellen van het perfecte eitje. Een half uur later zagen we burcht in Wedde schitteren in de zon en waren we na 22 kilometer weer bij de auto.

Peter en ik sloten de dag af met een wandeling over de prachtige Pieter Smitbrug. Fantastisch is ie, een je hebt een heel ander gezicht op Blauwestad. Een Italiaanse maaltijd bij Zia Maria was het einde van deze ook alweer heerlijke dag. Om 2 minuten voor 9 waren we, braaf als we zijn, thuis.

Mariette