Het is zaterdag en normaal gesproken een wandelzaterdag. Maar het programma is op. Vandaag vind ik dat niet zo erg, want er vallen maartse buien met hagel, een klap onweer en veel wind. Niks aan, dan maar een dagje niet, zelfs geen ommetje. Twee weken geleden was het ook al geen wandelweer, Weerplaza gaf een 1 en dus werd de wandeling in Grolloo gecanceld. Het is wel heel bijzonder, het afblazen van een tocht, want in normale omstandigheden kunnen er toch enthousiastelingen bij het station staan, en zelfs bij 2 medewandelaars moet de Veurloper op pad. Maar nu we in tijden van corona in kleine groepjes wandelen, is iedereen snel bereikt.

Dan maar een beetje in huis rommelen en lezen. Ik heb net het boekje Baardmannetje en Boterkontje gekocht, dat van 200 vogels beschrijft waarom ze heten, zoals ze heten. Een buitengewoon mooi en grappig boek met prachtige foto’s en 18e en 19e eeuwse prenten. En dat voor 17,50.

Het herkennen van een vogel aan zijn zang zal ik nooit leren. Ja, zo’n enkeling in de tuin, die ik ook nog kan zien, wil nog wel lukken. En ook de veldleeuwerik herken ik wel, gewoon in maart, hoog in de lucht, die permanent zijn liedje ten gehore brengt, kan niet missen. En de bosuil is ook een makkie, want dat is de enige die ’s nachts van zich laat horen. Hij huist in de tuin van de buurman, had vorig jaar 3 jongen en dit jaar 5 eieren, die helaas niet uitgekomen zijn. Maar in een bos, waar ze allemaal door elkaar heen praten, kan ik er geen chocola van maken, behalve de hard timmerende specht, maar ja dat is geen zang. Margreet S. en Thea doen hun best mijn kennis bij te spijkeren, ik luister en ik doe ook mijn best, maar het beklijft absoluut niet. Ik denk, dat ik beter in taal ben en dus beter kan onthouden. Zo weet ik nu dat een Boterkontje een dodaars is vanwege zijn botergele achterwerkje. Ook kieviten en pijlstaarten hebben die bijnaam. Bij ons in het dorp had de directeur van melkfabriek de bijnaam 'Botterkontie'.

Toen we een paar weken geleden in Norg wandelden kwamen we een ploeg vrijwilligers tegen, die een kar vol zelfgetimmerde nestkastjes hadden, al dan niet voorzien van metalen plaatjes om te voorkomen dat de specht de ingang te groot maakt, en in allerlei vormen en formaten. Zo had je een 'twee-onder1-kap' en een 'twee-hoog-flatje' en uilenkasten. Ze waren drie man sterk en spijkerden op iedere boom een nestkastje, een hele woonwijk dus. Of, zoals 1 van de mannen zei: hier is geen woningnood en we hebben voor elk iets wils, ook starterswoningen. Het grappige was dat er nog 3 ploegen met evenveel nestkastjes in de omgeving bezig waren. Kan nog druk worden dus, misschien een goede oefenplek. Ze deden het niet alleen voor de vogeltjes zelf, maar ook om eikenprocessierupsen te bestrijden. Ze hadden er veel plezier in.

Oh ja, en vogels die hun eigen naam roepen, ken ik natuurlijk ook, zoals de koekoek, de grutto en de kievit. En de wielewaal met zijn dudeljo is wereldberoemd. Maar je moet wel weten waar hij woont. Ik hem nog nooit gezien. Margreet en Thea weten dat wel. Misschien mogen we hem deze zomer met zijn allen horen, zo Mark en Hugo en corona willen.

Mariette