De magical mystery tour maakten we met de T(h)ea’s in Bakkeveen. Tea had moeite de parkeerplaats te vinden en reed er een paar keer voorbij. Op de parkeerplaats stonden twee ooievaars op die lange, dunne poten te balanceren op een afgezaagde boom en waren druk bezig een nest te bouwen en vlogen af en aan met takken. We vreesden dat het niks zou worden, te klein oppervlak en te laat begonnen.

Thea was de veurloper en een beetje in de toeze. Volgens haar was de route verlegd, of waren de rode pijltjes en de blauwe pijltjes verwisseld, of waren de pijltjes omgedraaid en wezen de andere kant op. In ieder geval klopte het niet met haar gevoel van vorige wandelingen. Ook het prieeltje van de Freule was verplaatst. Die kwamen we aan het eind van de wandeling in een grote tuin tegen, zonder freule trouwens.

Maar desalniettemin maakten we een mooi rondje achter de Slotplaats en kwamen langs een geweldige, dikke boom, met een gigantisch wortelstelsel en een uitgebreid takkenstel. Wij doopten hem de olifantsboom, omdat zijn takken net gerimpelde olifantspoten leken. Tea zag allemaal houtsnippers op de grond, keek omhoog en stond oog in oog met een grote bonte specht. Toen Peter keek, was de vogel ondergedoken.

We staken de vaart over, naar het andere natuurgebied met uitgestrekte heidevelden, de schaapskooi en gezellige bosjes. Ik zag in het bos een zandbult, niks bijzonders, dacht ik. Maar Tea zag onmiddellijk dat het een dassenburcht was met een uitgebreid gangenstelsel. Later op de heide zagen we nog wel 3 of 4 burchten. Een hele nieuwe ontdekking voor mij. Ik ken de das alleen van het boek Bolke de Beer en Dorus Das. We zagen natuurlijk de das zelf niet, want het is een nachtdier. Bij de schaapskooi genoten we van een lekkere lunch met door Peter gemaakte pizza. Toen we de schaapskooi wilden verlaten was het hekje ook op miraculeuze wijze verplaatst. Maar we konden eruit en de nog hele jonge lammetjes in allerlei kleuren bewonderen. Verder hoorden we veel boomklevers, het winterkoninkje, de groene specht en de zanglijster. Het was een echte, wonderbaarlijke natuurbelevingstocht in een relaxed tempo en niet te veel kilometers en met een lekker zonnetje.

Jan D. had een verrassend rondje Rolde/Grolloo. Bekend gebied en toch met allerlei nieuw stukjes. Ook hier begon het wandelen met een ingewikkelde parkeeract van Willemien. Ze was  bijna de snelweg opgereden en moest door de berm de parkeerplaats zien te bereiken. Het ging goed.

We liepen eerst richting Nije Hemelriek, liepen op een smal, mooi paadje om een mij onbekende zandafgraving en kwamen via een sloot en takkenrillen op een klein, intiem jeneverbesveldje, dat grenst aan het outdoorcentrum in Grolloo. We gingen er ook door de sloot weer uit, omdat Jan het hekje niet kon vinden. In Grolloo brachten we geen groet aan Harry Muskee, immers café Hofsteenge was toch dicht. We dachten natuurlijk wel aan hem. Jan had een route ontdekt over camping de Berenkuil, een gigantisch grote familiecamping, maar met toch mooie veldjes voor een aantal Bb-tentjes. Dankzij degelijk voorwerk konden we de camping verlaten via een draaihek, waar je alleen naar buiten kon en niet naar binnen.

Het laatste stukje was een verrassing, ook voor Jan. Na een lange, rechte asfaltweg tegen de koude Noordenwind in, sloegen we rechtsaf. Jan keek verbaasd naar de hek- en prikkeldraadversperring. “Een paar weken geleden was dit nog een wandelpad”, riep hij verbaasd uit. Volgens Willemien was er een stukje verderop een pad, maar Jan was druk bezig een doorgang te vinden. Hetgeen lukte en wij volgden hem braaf en kwamen terecht in drassig pollenhopstukje. Dat klopte niet met het pad van Jan en dus moest hij bekennen dat hij iets verder had moeten doorlopen, “mijn herinnering zat er 100 meter naast.” Ook een leuke voor Rutte, die heeft hij nog niet in zijn repertoire.

Na 23,4 kilometer waren we terug en Willemien verliet op de juiste wijze de parkeerplaats.

Mariette