De Boetenbaintjes

Nasi eten rond het kampvuur
Een mens moet keuzes maken in het leven. Wat gaat er wel en wat gaat er niet mee in de rugzak? Dat geldt voor elk kampeerweekend, maar nu helemaal, want de temperatuur varieert van 0° C tot zo’n 20°C. Dus wat wordt het: de zomer- of de winterslaapzak? Ik blijk niet de enige te zijn die met deze vraag heeft geworsteld.

Thea heeft zelfs telefonisch overlegd met Laura, omdat die zo goed is in rugzak inpakken. En inderdaad, de rugzak van Laura oogt bijzonder compact. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat Laura bij Annemiek in de tent slaapt en dat de tent van Annemiek een dusdanige constructie heeft dat de binnentent onafscheidelijk met de buitentent is verbonden, waardoor je de tent niet in 2 pakketten kunt verdelen en dat Laura van Annemiek alleen het grondzeil mee hoeft te nemen. Dat scheelt natuurlijk. Zo’n binnen- én buitentent meesjouwen is niet niks. Vandaar dat deze op dag 3 bij de stop wordt overgeheveld in de rugzak van Peter. Maar dat mag ik eigenlijk niet vertellen, want dat hoort bij dag 3, waar Margreet verslag van doet. Dag 2 neemt  Mariette voor haar rekening.  Voor mij dus dag 1.

Laat ik bij het begin beginnen. Om 11.00 uur arriveer ik op de parkeerplaats in Wallenhorst, mèt zomerslaapzak, maar zonder rubberen hamer, omdat die al drie  kampeerweekenden lang overbodig bleek. Wel met thermoshirt- en broek voor het geval dàt. Even later komt de rest aanrijden en verdelen we de gezamenlijke spullen.  We verbazen ons over het weer, want er schijnt een stralend zonnetje en dat is, zoals wel vaker,  niet volgens de voorspelling. Vanaf de parkeerplaats lopen we meteen het bos in langs een steengroeve die we niet mogen betreden (lebensgefährlich!), maar waar we wel even, aan de rand, een kijkje nemen. Zulke imposante stenen hebben we niet in Nederland!

We vervolgen de route door het bos en bereiken na een poosje open terrein. We lopen langs prachtige, glooiende koolzaadvelden met een geur die ze van mij wel in een flesje mogen stoppen. De brem bloeit ook en al dat geel steekt mooi af bij de helderblauwe lucht. Jan heeft weer een prachtige route uitgezet en is daarbij ook de horeca niet vergeten.Tegen 13.00 uur arriveren we bij de biergarten in Rulle. Gelukkig hebben ze ook kaffee mit kuchen. We gaan op het terras naast de tuin met volière zitten. De bediening komt zelfs met kussentjes voor in de stoelen aanzetten en gaat eerst nog even de tafel sauber machen. De rabarbertorte vindt gretig aftrek. Heerlijk!

Op weg naar de camping in Kalkriese is de nasi onderwerp van gesprek. Waarom gaan we eigenlijk niet 2 keer uit eten? Maar eenmaal bij Campingplatz de Waldwinkel aangekomen blijft er bij het zien van 'ons veldje' niets over van deze rebellie. Er is zelfs een feuerplatz. Op het terras van de kiosk gaat het Weizenbier er goed in en heeft Marja even de gelegenheid om de blaar aan haar kleine teen af te tapen. Deze wordt vanaf nu aangeduid als: het teentje van Marja. Weer terug op ons veldje haalt Jan de branders te voorschijn. Thea is zo slim geweest om houten spatels mee te nemen voor het roeren. Thea en ik roeren in nasi en satésaus en Thea roept dat wie kookt niet hoeft af te wassen. Peter heeft zich inmiddels over het kampvuur ontfermd, met Tea als 2e stoker.

Tijdens het eten van de nasi passeren een aantal boetenbaintjes de revue: Janny en Wim natuurlijk die er niet bij kunnen zijn, maar wel mooi voor de nasi met omelet gezorgd hebben. En dan is er nog Hella die overmorgen jarig is. En Jan en Laura die ontbreken, wat ook de afwasploeg opvalt die het zonder Laura moet stellen. Bij het kampvuur gebruiken we het dessert, te weten een kop koffie. En nog een restje witte wijn. Tijd voor de groepsfoto! Het is nog lang gezellig rond het kampvuur.  Hoe later op de avond des te vreemder de geluiden die we horen. Is dat nu een kwakende hond of een blaffende eend? We zullen het nooit weten.

Erna