wandelaar.png De Boetenbaintjes 

Hunebed4

ManonAssenOmdat de intercity om raadselachtige redenen was uitgevallen puilde de sprinter naar Assen uit en werd pas op het station aldaar duidelijk welke BBtjes zich in de trein hadden weten te wurmen. Het waren er nogal wat, en gevoegd bij de wachtenden achter het station kwamen we op 19.

Iedereen keurig op tijd, zoals gebruikelijk. Hoewel?  Hé, waar was Manon?  We zijn wel van haar gewend dat ze op het allerlaatste moment aan komt scheuren, maar nu was ze echt te laat en dat was een primeur. Maar ja, zonder haar konden we niet vertrekken want zij zou vandaag de tocht leiden, en ook dat was een primeur. Na een paar minuten kwam ze dan toch aanlopen, zonnig vragend of we er al lang stonden. Annemiek wilde voor deze gelegenheid eerst nog een groepsfoto maken, maar toen konden we dan toch in de benen.

Assen is de thuisbasis van Manon en kordaat liep ze voorop, in stevig tempo, en zonder ook maar een keer op haar gps te hoeven kijken. Het was het soort weer waar weervrouwen- en mannen niet van houden: eigenlijk was er geen weer. De zon scheen niet, het regende niet, het waaide niet, het was koud noch warm, beetje saai kortom, maar ideaal voor ons wandelaars.

Het vroege voorjaar diende zich verwachtingsvol aan in de vorm van kwetterende vogels, de sneeuwklokjes en krokussen bloeiden nu volop, evenals de prachtige gele hazelaar die we gedurende de hele wandeling konden bewonderen. Bij het hunebed richting Balloo hielden we een korte pauze, daarna liepen we verder naar Rolde voor de koffie. Het is de tijd van alvast een beetje vooruitblikken op de zomeraktiviteiten, en dat bracht ons op een van onze favoriet onderwerpen: sterke verhalen over wat er allemaal mis kan gaan.

Rudolf had in deze categorie wel een heel sterk staaltje want hij dacht te hebben geboekt voor een sneeuwwandelvakantie, maar vond zich zelf terug op ski’s boven aan de berg. Nog nooit geskied, en zie maar dat je beneden komt. Oeps, foutje van de organisatie.

Na de  koffie en halverwege de middag zagen we de contouren van Assen weer opdoemen. Mooi, dacht ik, we zijn er bijna. Maar dat was buiten Manon gerekend: die had nog een stevige lus voor ons in petto. Zodoende glibberden we nog over een modderpad langs een slootje, een enigszins hachelijke situatie dus, liepen over het GGZ terrein en kwamen we door het Asserbos, met mysterieuze namen als Eenboomslaan. “Ze kunnen niet tellen in Assen”, kopte HP in.

Uiteindelijk, na 24 km,  kwamen we dan toch in de buurt van het café voor de nazit, maar toen was de groep al stevig gedecimeerd. Annemiek en Rudolf verdwenen het museum in, en een flink aantal anderen liep linea recta naar de trein of de auto. Met z’n negenen sloten we af, bedankten Manon voor de mooie wandeling en verklaarden haar “geslaagd”.

Marja