De Boetenbaintjes

Eindelijk zouden we in echt winterweer kunnen kamperen. De verwachting was: overdag min 4, in de nacht min 7 en overdag in stevige oostenwind die de gevoelstemperatuur van min 10 of min 15 beloofde, weinig zon en geen sneeuw. Dat was ons in jaren niet overkomen. We waanden ons al elfstedentochthelden. De thuisblijvers dachten toch geen spijt te hebben? Lees verder en oordeel zelf.

Het begon allemaal super-de-luxe. Thea moest langs de camping om een sherrycan (of was het nou jerrycan?) water te brengen. Dan ligt het voor de hand om ook de wijn en de bittertjes vast af te leveren. Woensdag belde de boswachter dat het hout op was. Dus moesten Peter en ik samen met Annemiek en Laura ook langs om hout te bezorgen. De T(h)ea’s hadden al wat mail gewisseld om ook extra dekentjes en slaapzakken mee te nemen en zo reden Jan en Tea ook eerst naar de camping. De vuurstookplaats leek wel een uitdragerij: een superdikke extra slaapzak van rooie Thea, zogenaamd om het water niet te laten bevriezen, de drank, het eten, een extra fleecedeken van Tea en van mij, de tent en slaapzak van Annemiek, de pannen en het hout natuurlijk. We overwogen nog even om de tentjes vast op te zetten, een rondje om de kerk, die er naast stond te maken, de kroeg op te zoeken en pas diep in de nacht terug te komen. Maar dat was onze eer toch te na. Wel lieten we de auto van Thea achter voor noodgevallen, als: pizza halen, extra drank kopen of gewoon een rondje te rijden om warm te worden.

Dus met 2 auto’s naar het officiële beginpunt: de 3 Provinciën, waar het keihard waaide en guur was. Binnen de kortste keren begonnen neuzen te lopen en werden wangen stijf en rood, hoewel wede wind in de rug hadden. In Haulerwijk was het Bruine Paard, tegen de afspraak in, dicht. Bij de bakker stonden maar 2 stoeltjes, maar gelukkig was het snackbardeel van de lunchroom open en verzorgden 2 lieve meisjes de koffie, de thee en het appelgebak. Ook mochten we allemaal naar de wc. Peter liep zeer ontspannen mee, zo ontspannen dat we van de kaart liepen. Jan had zijn GPS niet mee en de Tomtom van Tea was niet berekend op wandelaars. Maar we wisten wel waar we waren en in welke richting we moesten en Jan herinnerde zich zijn tocht in november en zo kwamen we weer op het goede pad.

Om half vier zaten we in de Stripe aan het bier en de rode wijn. Het was er lekker warm en gezellig met veel recepties en lopende buffetten. Ook deze verleiding om te blijven weerstonden we en liepen nog een kilometer naar de camping, waar alle spullen nog stonden, dankzij het briefje van Thea met het verzoek alles te laten staan! Peter maakte het vuur aan en de tentjes werden opgezet. De haringen gingen nog heel gemakkelijk de grond in. Het tentje van Annemiek leek gekrompen van de kou en daar moest Jan aan te pas te komen. Ook had ze rubber hamer van Thea nodig om de haringen in de grond te krijgen. Toen wij de eerste fles wijn bijna ophadden, waren Annemiek en Laura ook eindelijk klaar. Er waren minstens tien zakjes chips en nootjes en ander goedbedoelde hapjes, zoals de groentechips van Tea, die over datum waren. Een minpuntje was dat de overkant (Jan, Peter, Thea en Annemiek) alles onder beheer hadden en de andere kant (Tea, Laura en Mariette) het moest doen met wat de overkant niet zo lekker vond.

Onder streng commando van Thea werd de maaltijd bereid: "Jan, water aandoen", "Thea roeren", "Jan, deksel erop", "Tea, blijf doorroeren". De commandotaal beheerste ze goed, maar rekenen bleek niet haar sterkste kant: "veel te weinig water voor de nasi", "veel te veel water voor de satésaus", en dat terwijl witte Tea het keurig voorlas van de verpakking. Later op de avond bleek ook dat de hoeveelheid bittertjes bij lang na geen liter was, terwijl Thea bij hoog en bij laag beweerde dat het meer dan een liter was. We haalden met moeite de 0,7! Hierdoor kreeg ze van Jan de nieuwe bijnaam "Blauwknoopthea". Jan, droeg een winteroverall van 17,50 van de Aldi en zag er zeer stoer uit. Omdat hij alleen in de tent lag, hadden de dames bedacht de overall te vullen met stro en deze naast hem te leggen. Omdat er geen stro was, loste jan het probleem op door op de overall te gaan slapen, waardoor het niet zo koud optrok. Bovendien was hij zo slim om zijn waterfles in het vuur te leggen en zo een kruik te maken, die de volgende ochtend nog warm was. Maar misschien had zijn rode flikkerende lampje ook wel damesbezoek aangetrokken?

Na het sprookje van de 7 doodgevroren Boetenbaintjes, die bij de 3 Provinciën begraven wilden worden, en toen het hout en bittertjes op waren, moest het gebeuren: plassen en de tent in. Hoewel het redelijk koud was, bleek de volgende ochtend dat er niemand bevroren was. Tea belde Gerard uit bed om te vragen hoe koud het in Peize was (hij had de hele avond ook al de temperatuur doorgegeven): om 9.15 uur was het in Peize min 6.9, dus in Friesland zeker 2 graden kouder. Maar er was een flauw zonnetje en nog steeds een straffe Oostenwind. De uitdragerij van de vorige ochtend werd gedumpt in de auto van Thea. Ik geloof dat witte Tea alleen haar brood nog in de rugzak had, nou eet ze veel, maar toch. De rest lag in de auto of had ze aan: onder 4 lagen en boven 7. Ze had het dan ook niet koud. Nu is ze thuis ook wel afgehard, want ze vind 10 graden al lekker warm. Democratisch kozen we voor de korte variant van 15 in plaats van 18 kilometer en zaten na 2 uur aan de koffie met gebak in de Slotplaats in Bakkeveen. Aangezien het daar goed toeven was en we vanwege de kou veel calorieën verbrand hadden, waren er dames die twee keer taart namen, waaronder Annemiek, die ook haar koffieshot inhaalde. De koffie in Haulerwijk telde niet mee, want die was niet te drinken.  En hoewel wij en Janna haar wel wat verwend vonden, was zijzelf die mening niet toegedaan. Want als je maar 1 soort Biogarde blieft, of alleen Almhof yoghurt met sinaasappels lust, alle andere toetjes die Janna meeneemt niet opeet, en uitsluitend echte slagroom wilt en kritisch bent op het appelgebak ben je toch niet verwend?

Na nog tweeënhalf uur lopen over hard bevroren paden, langs schaatsende Friezen door de Bakkeveense duinen en over het Manterveld in een steeds kouder wordende wind bereikten we om een uur of 3 de 3 Provinciën weer. We hoefden niet begraven te worden, integendeel we vonden dat we wel een certificaat verdiend hadden of anders de gouden wandelstok en waren trots op onszelf. We hevelden de bagage weer over, namen roerend afscheid en brachten Annemiek en Laura tot aan hun voordeur en genoten thuis van een warme douche, een wijntje en een pizza en hoorden de wind om het huis. Voor de zekerheid namen een extra dekbed. Dat was eigenlijk niet echt nodig, maar wel heel behaaglijk.


Mariette