.

 De Boetenbaintjes 

Dwingelderveld2Marja beloofde een lekker lang rondje Beilen van 24 kilometer met veel natuurschoon. Het gebied ligt aan weerszijden van de A28, hetgeen een voorteken bleek te zijn. Ze had dit rondje al vaker gedaan en voorzover ik wist was ik nog nooit mee geweest. Dus moest het er maar eens van komen.

Het mooie lenteweer had plaats gemaakt voor winterse kou en er werd hagel en harde wind voorspeld. Toen we nog maar 5 minuten in de auto zaten, begon het te hozen en hadden we de neiging rechtsomkeert te maken, maar er werd op ons gerekend.

Met 11 vertrokken we vanaf het station in Beilen, de helft had uit voorzorg de regenbroek al aan. Dat was niet overbodig, want tijdens de eerste helft van de wandeling hadden we al twee hagelbuien te pakken. Het voordeel van hagel is dat je er niet zo nat van wordt, het nadeel is dat het hartstikke zeer doet in je gezicht en op je handen.

Na 13 kilometer werden we warm ontvangen in van der Valk en zonken neer op zachte banken en stoelen en genoten van koffie en gebak. Marja meldde dat ze een afstekertje van ongeveer een kilometer ging doen vanwege natte stukken. Dus iedereen dacht ‘ha, we zijn over de helft, nog 10 kilometer en we zijn er, een makkie’.

Het Dwingelderveld lag er mooi en zonnig en inderdaad nogal nat bij. Niet alleen de gebruikelijke vennen, maar ook ondergelopen paden en modderige wegen. We maakten dus niet de slinger door het allernatste deel, maar liepen veilig over een vlonderpad. Naar mijn mening kunnen ze het hele Dwingelderveld wel vol leggen met vlonderpaden of luchtbruggen. Ook hier weer een hagelbuitje, afgewisseld met strakblauwe luchten en zon, zodat de regencapes uit konden en de rits van de jas open. Echt Hollands weer dus.

Ondertussen liepen de kilometers op naar de 21 en moesten we het Terhosterzand nog over, dus misschien werd het toch wel 25 kilometer. Het Terhosterzand is zo mogelijk nog mooier dan het Dwingelderveld, iets kleinschaliger, mooie vennen en jeneverbessen en geaccidenteerder. Ik herinnerde me de eerste keer dat we er waren, het was prachtig weer en de hei stond volop in bloei. Volgens Marja liepen we toen hetzelfde rondje als vandaag. Ik had er geen actieve herinnering aan, in ieder geval had ik het eerste deel verdrongen.

‘Nog ongeveer 3 kilometer,’ riep Marja enthousiast. Mijn benen en voeten zeiden dat we de 24 kilometer bereikt hadden, dus de moed zonk me in de schoenen, zeker omdat die kilometers over asfalt gingen en door de buitenwijken van Beilen. Bij het station stonden de tellers van Jan en Thea op 27,5, en inclusief het heen-en-weertje naar de kroeg haalden we de 28 wel. Iedereen werd ter plekke pas echt moe en was blij dat in de Rode Kater op ons gerekend was, de kachel aanstond en de stamtafel uitnodigend klaar stond.

Zoals je begrijpt bleef die 28 kilometer het onderwerp van gesprek. Marja snapte er niks van, zo vaak gelopen en het was nooit meer dan 25. Ze dacht dat er niemand mee gegaan zou zijn als er 28 in het programma had gestaan en zijzelf ook niet. Logisch, als er niemand meegaat, heb je ook geen veurloper nodig. We concludeerden dat in de afstekertjes van Marja feitelijk omlopertjes zijn. Ze zal het nog lang moeten horen!

Maar natuurlijk waren we trots op onszelf. Voor Connie was het een gedenkwaardige laatste wandeling met de BB-tjes. Ze gaat verhuizen en woont te ver weg voor de maandelijkse wandelingen, maar is gelukkig zeker van plan met de weekenden mee te gaan. Dus toasten we op Marja en Connie.

Mariette