.

 De Boetenbaintjes 

hunebed2

Wat een dag was het zaterdag 26 juni! Een echte Lou Reed ‘Perfect day’. Het weer was geweldig, de wandeling was mooi, het gezelschap was aangenaam en de picknick was heerlijk.

En het was ook een soort reünie. BB-tjes die elkaar lang niet gezien hadden, kwamen naar Muntendam voor een polderwandeling en een picknick. Het was ook nog eens de eerste afterlockdowndag; weg met de mondkapjes, de groepsgrootte en het alcoholverbod. Wij waren met 17, lieten ons het bier en de wijn bij de picknick goed smaken en die anderhalve meter is in de buitenlucht iets minder belangrijk.

Peter was op papier de veurloper, maar in werkelijkheid eigende Mariette zich die rol toe. Zij wandelt daar immers dagelijks en kan het niet laten iedereen te wijzen op de schoonheid van het Boerenbuitengebied. 'Het lijkt wel een wandeling met de boswachter', aldus Willemien.

Het polderen bleef beperkt tot polder de Leest, we schampten polder Janet en polder de Wiede was een polder te ver. Te warm. De gesprekken hadden ook een hoog poldergehalte, te warm om je op te winden.

Lange, rechte lanen met hoog gras werden afgewisseld met intieme weitjes met Lakenvelders, bermen met grasblauwtjes, klaproos- korenbloem-kamillebermen en koele bospaden. Want het mocht dan prachtig weer zijn, het was ook broeierig en zweterig en vermoeiend. In de Heemtuin waren de oh’s en ah’s niet van de lucht: de tulpenboom stond te pronken, de orchideeën kleurden het gebied paars en langs de waterranden was het rood van de zonnedauw. Voor de wiebelbrug moesten we door diep water waden, wellicht verkoelend maar toch niet aantrekkelijk genoeg. Na drie uur en 14 kilometers ploften we neer op  het terras en lieten ons door Truusje verwennen met koffie en taart.

Na een laatste oh’ voor de Monetvijver verlieten we de Heemtuin, liepen langs een mooi slootje, door het Muntendammer park, over het hoogholtje en langs het Muntendammerdiepje weer terug. We sloten de natuurbeleving af met alweer een klaprozenakkerrand die, naast een bloeiend aardappelveld, tot aan de horizon liep. Weer terug bij de boerderij werden de schoenen uitgetrokken, luie tuinstoelen geïnstalleerd in de schaduw van de appelboom en werd de dorst gelest met bier, appelsap, water en witte wijn, begeleid door de beroemde quiche van Mariette. Thea, die een half rondje liep en op de terugweg genoot van de vogels, kwam opgetogen terug en vertelde in geuren en kleuren wat ze gezien en gehoord had; de kwartel, de patrijs, de spotvogel en de grauwe klauwier. Wij genoten van haar vreugde.

En toen kwam Zia Maria met haar al even beroemde picknickhapjes. Ze maakte ons lekker door van ieder gerecht te vertellen wat er in zat en welke kok het bedacht had en het water liep ons al in  de mond. Ze had niets te veel gezegd, het romeinse brood, de auberginerolletjes, de spinazieburgers, de aardappelsalade, de gehaktballetjes en de meloensalade gingen erin als Gods woord in een ouderling. Toch bleef er nog ruimte voor de lasagne en de beroemde fruitsalade van Wim.

En zo kwam er een einde aan deze perfecte dag, die een kleine schaduwkantje kende, omdat Tea met koorts in bed lag (geen corona) en baalde dat ze niet kon komen. Peter en ik maakten het een beetje goed door haar zondagochtend nog een volwaardige en lekkere maaltijd te brengen. Ze was gelukkig voldoende beter om er ’s avonds van te kunnen genieten.

Mariette